Agenda > Verslagen > Spiel 2008

Internationale Spieltage
SPIEL '08
Messe Essen 23.-26. oktober 2008


Deel I - Deel II - Deel III - Deel IV - Deel V - Deel VI
komspiel.gif (6620 bytes)

25 jaar Hans im Glück
Deze succesvolle Duitse uitgever bestaat 25 jaar. Dit vierden ze onder meer met een speciale Spielbox Almanak, een receptie in de beurshal, een gratis krantje en last but not least een indrukwekkende hoeveelheid nieuwe producten.

De prachtige Franse stad Carcassonne blijft populair in spellenland. Spelers leggen nog altijd graag hun tegeltjes en voor de uitgevers blijft deze moderne klassieker commercieel interessant. Het laatstgenoemde aspect staat garant voor constante stroom uitbreidingen en varianten. Dit najaar kwamen beide soorten aan bod.

In de zelfstandig speelbare variant Carcassonne Mayflower verplaatst het toneel zich naar de Amerikaanse oostkust. De spelers zijn kolonisten, die een nieuwe wereld in westelijke richting ontdekken. Ze stichten steden, bouwen boerderijen en leggen paden aan. Uiteraard probeert iedereen zoveel mogelijk punten te scoren. De tocht naar het westen introduceert tijdsdruk in het spelsysteem. Als je te lang blijft treuzelen in het achterland, leveren onvoltooide objecten geen punten meer op. Dit is op zich best een aardig concept, maar het combineert niet goed met de bekende scoremethodes voor steden en kloosters (boerderijen). De race naar het westen gaat zo rap, dat je bijna nooit iets kunt afbouwen. Dit is tamelijk frustrerend en doet vermoeden dat deze variant niet goed genoeg is getest.


Det en haar katapult

Carcassonne: Das Katapult introduceert een houten ‘springwip’, waarmee een op zich elegant legspel in mijn ogen wordt gedevalueerd tot een stompzinnig behendigheidsspelletje. Het afvuren van fiches past niet bij mijn spelbeleving. Ik maak er verder geen woorden aan vuil, Det heeft nog wel iets te melden. Naast een katapult zitten er fiches met de verschillende katapult-acties in en 12 nieuwe legtegels. Deze laatsten bevatten een circustentje. Alle regels van het basisspel gelden. Als een speler een kaartje met een tentje trekt, legt hij deze volgens de standaardregels aan en plaatst er eventueel een poppetje op. Daarna komt de katapult in actie. Degene die dit veroorzaakt, mag kiezen welke katapult-actie er wordt gedaan. Er zijn vier mogelijkheden: taart smijten om poppetjes van het bord te verwijderen, een fiche om een poppetje op het bord te vervangen door een eigen poppetje, een fiche dat zo dicht mogelijk bij een bepaalde tegel moet worden geschoten voor punten en tot slot een vliegend fiche van een poppetje dat gevangen moet worden door een andere speler. Alle spelers voeren de gekozen katapult-actie achter elkaar uit. Komt het fiche dat door de lucht vliegt op de juiste plek terecht, dan is de actie gelukt. Hiermee kan je bijv. monniken van kloosters schieten die bijna af zijn of boeren van een speler die de meerderheid denkt te hebben. Dit kan de ingezette tactiek behoorlijk onderuit halen. Het idee is op zich grappig, maar persoonlijk speel ik liever zonder. Wel leuk om een keer gedaan te hebben. Vooral omdat één van ons, ik noem geen namen..., niet helemaal door had hoe de katapult werkte en bijna zichzelf aan gort schoot... (Tekst: Det)

Er was verder een uitbreiding van Sankt Petersburg. In bester Gesellschaft bevat nieuwe kaarten en speelstukken voor een vijfde speler. Das Bankett is een oude bekende voor de lezers van Spielbox.

Palais Royal was hun nieuwe ‘grote’ bordspel. Dit spel van Xavier Georges heeft enkele thematische aanpassingen overleefd en is geëindigd in een Frans paleis. Dit koninklijk paleis bestaat bij Hans im Glück uit maar negen vertrekken, maar in de tuin van Palais Royal - daar is het te doen. Daar drommen de edelen samen om uitverkoren te worden. En niet door zomaar iemand, nee, namelijk door ons, spelers, die de meeste invloed willen verzamelen. We beginnen met een beperkt aantal anonieme dienaren. Deze loodsen we het paleis binnen naar nuttige vertrekken. Hebben we er een aantal bij de binnenplaats staan, dan mogen deze beurt er evenveel de entree betreden. Staan er een paar bij de trappenhuis, dan mogen we net zoveel verplaatsingen doorvoeren. Op andere plaatsen zorgen ze voor geld en zegels. Waartoe dit alles dient? Om edelen te kopen, jazeker, want ook in dit spel is vertrouwen en steun te koop. Al deze edelen hebben een winstpuntenwaarde. Sommige hebben daarnaast nog extra eigenschappen; ze brengen extra dienaren voor je in het spel, leveren extra zegels of verplaatsingen - noem maar op. Om het nog tactischer te maken, nemen de kosten van de edelen af naarmate er meer buren gerekruteerd zijn, en komen je dienaren in de plaats van edelen. Dat positiespel levert op het einde ook nog een niet te onderschatten hoeveelheid punten op. Verder zijn er nog kanskaarten die je krijgt als je dienaren in het achterkamertje plaatst. Het leukste is dat de meeste vertrekken een bonus opleveren als je daar de meeste dienaren hebt, en dat er een vertrek is dat bij gelijkspel je toch als winnaar uit de bus laat komen. 

Een prachtig en leuk spel dat bij ons met vier spelers echter een erg vervelend einde had; het spel gaat zijn laatste ronde in bij een beperkt aantal edelen en de laatste speler kon daardoor in de laatste beurt nog maar één edele rekruteren (tegen de overige spelers minimaal drie). Dit was zo'n anticlimax, dat we hopen dat we een regel over het hoofd hebben gezien. Anders zullen huisregels hier waarschijnlijk een oplossing voor moeten gaan bieden. (Tekst: Niek)

Ik heb zelf vooral genoten van het nieuwe kaartspel Dominion. Voor een beschrijving van deze titel stuur ik je door naar de paragraaf over Rio Grande Games.

Abacus
Worm up! is een lollig racespelletje voor 3-7 spelers. Dit spel is een heruitgave van een ouder spel van wijlen Alex Randolph. Iedere speler heeft een rups, die uit meerdere losse schijfjes bestaat. Je probeert jouw rups als eerste over de finish te krijgen. De spelers kiezen een gedekte biedkaart, die daarna allemaal worden omgedraaid. Spelers met dezelfde kaart moeten een beurt overslaan. De andere spelers verplaatsen hun rupsen. De laagste bieder begint en heeft net zoveel bewegingspunten als zijn biedkaart waard is. Je beweegt door telkens het achterste schijfje van jouw rups naar voren te plaatsen. Het is uiteraard mogelijk om tijdens de race andere rupsen te hinderen. De speler van de X-biedkaart mag een vrij cijfer kiezen en bovendien de finishlijn verplaatsen. Een daadwerkelijk gebruikte biedkaart ben je één ronde kwijt.

Monuments van Stefan Risthaus wordt uitgegeven in samenwerking met Mayfair. De titel spreekt voor zich, want de spelers bouwen monumenten. Er zijn twaalf verschillende monumenten op kaarten afgebeeld. De spelers trekken en spelen kaarten. Hierdoor worden monumenten opgericht. Deze liggen in een uitstalling voor een speler. Elk monument kan maximaal door twee spelers worden gebouwd en bestaat uit negen kaarten met de waardes 1 t/m 9. De spelers kunnen hun monumenten later verder uitbouwen. Op een monumentenkaart staat ook een op zichzelf staand symbool. Spelers kunnen twee kaarten vanuit de hand afleggen met het gelijke symbool. Elk overeenkomend symbool in hun uitstalling levert een winstpunt op. Tijdens een beurt heeft een speler de keus uit een monumentenbeurt of een geschiedschrijverbeurt, als hij tenminste nog een geschiedschrijver bezit. In de monumentenbeurt trekken de spelers kaarten, bouwen ze monumenten of breiden ze uit, of ze leggen kaarten af voor winstpunten. In de geschiedschrijverbeurt mogen ze de bovenste kaart van ieder monument van elke tegenspeler wegpakken. Daarbij moet er altijd wel minimaal één kaart blijven liggen. De geschiedschrijver van de speler komt daardoor op een speciaal scorespoortje te staan. Hoe meer kaarten er zijn weggenomen, des te beter. Per monument is er een waarderingslijst op een speelbord. Per weggenomen kaart schuift de markeringssteen een veld op. Hierdoor worden monumenten meer waard. Als de kaarten (bijna) op zijn, stopt het spel. De spelers tellen nu de punten voor hun monumenten. Hebben ze een monopoly, krijgen ze meer punten dan als er nog een tweede speler is met hetzelfde monument. Daarnaast leveren de geschiedschrijvers punten op en de beste zelfs nog bonuspunten. Geschiedschrijvers die niet zijn ingezet, leveren minpunten op. Monuments zit in die zin leuk in elkaar dat je keuzes moet maken. Bijvoorbeeld wanneer je je geschiedschrijvers gaat inzetten. Hoe langer je wacht hoe meer punten ze kunnen opleveren, maar iemand anders kan je dan net weer voor zijn en dan is het niet meer rendabel om ze op dat moment in te zetten. Verder moet je ook opletten dat er maar twee spelers hetzelfde monument mogen bouwen. Als jij wat kaarten zit te sparen, kan je te laat zijn. Ook wil je zoveel mogelijk punten halen met je monumenten. Zorg daarom dat je de hoogste kaarten bovenaan hebt liggen. De kaarten worden namelijk van onderaf weg gepakt bij een geschiedschrijverbeurt. Dit kan je net een eerste plek opleveren bij een monument en dus meer punten. Monuments is een leuk spel dat snel te leren is. (Tekst: Det)

Zooloretto XXL bevat een uitbreiding van het Spiel des Jahres van 2007, een variant voor Aqueretto en twee speciale karren voor het spel met twee spelers. Met XXL kun je als vierde actie dieren uit een volle kooi naar andere dierentuinen sturen. Dit levert je meteen winstpunten op en zorgt voor een lege kooi, die je opnieuw kunt vullen. Zooloretto XXL heeft ook Nederlandstalige spelregels.

Er waren verder enkele gratis extraatjes voor Zooloretto. De gorillategel en het ‘Sparbuch’ uit de Spielbox beursspecial zijn inmiddels ook te downloaden op Michael’s website.

Michael Schacht demonstreerde een prototype van zijn nieuwe bordspel, dat komend voorjaar bij Abacus zal verschijnen. In een junglesetting winnen de spelers edelstenen, waarmee ze opdrachten vervullen, helpers inhuren en andere nuttige dingen doen. Dankzij het geroezemoes heb ik niet veel meer verstaan. Ik volsta met de volgende foto.


Michael´s prototype

Winning Moves
Hab & Gut draait om de aan- en verkoop van aandelen. De kredietcrisis heeft hier nog niet toegeslagen, dus er wordt onbevangen gehandeld. Koersen dalen niet alleen, maar stijgen ook nog gewoon. Op het speelbord worden de aandelenkoersen bijgehouden. Rondom het speelbord komen plankjes waar kaartjes in komen te staan. Iedere speler kan een plankje links en rechts van hem bekijken. Elk plankje is dus zichtbaar voor twee spelers. De kaartjes die erin staan, geven koersstijgingen en -dalingen aan. Daarnaast heeft iedere speler nog een eigen speelbordje met een stad erop. Als iemand aan de beurt is, besluit hij eerst of hij aandelen wil kopen of juist wil verkopen. Daarna pakt hij één kaartje van de beide plankjes waar hij zicht op heeft. Het eerste kaartje laat het aangegeven aandeel het aangegeven aantal vakjes stijgen of zakken. Het tweede kaartje laat het afgebeelde aandeel de helft van het aantal vakjes stijgen of dalen. Tot slot mag een speler één aandeel aan zijn stad spenderen. Hij legt dan een aandeel vanuit zijn hand dicht op één van de vier vakjes in zijn stad. Daarna is zijn beurt voorbij. Als iedereen vier beurten heeft gehad, is de eerste ronde ten einde. Er wordt gekeken hoeveel de aandelen in de steden van de spelers waard zijn. Dat bedrag komt in de stad te liggen en blijft strikt gescheiden van het persoonlijke geld van een speler. Daarna volgt een tweede ronde die identiek verloopt. Aan het eind van het spel doet de speler die in totaal na acht beurten het minst aan zijn stad heeft gespendeerd niet mee met de overwinning. Hij ligt uit het spel. De andere spelers verkopen nu al hun aandelen en tellen dan hun geld. De speler met het meeste geld wint het spel. Het originele van Hab & Gut is dat je kaartjes gebruikt die ook deels zichtbaar zijn voor andere spelers. Je deelt de kaartjes met hen en weet zo ook een beetje wat anderen kunnen doen. Hier kan je weer op inspelen bij de keuze of je aandelen wilt kopen of verkopen. Toch blijft het lastig in te schatten wanneer je nu moet kopen of verkopen. Het is net echt... Het zit in ieder geval leuk in elkaar als je van dit soort spellen houdt. (Tekst: Det)

Argentum
Wind River toont ons een smalle vlakte tussen rotswand en rivier, waarop een grote kudde bizons grazend richting prairie verdwijnt. Ondertussen moeten wij als indianenstammen tipi's bouwen, onze families voeden en vooral de bizons de goede richting uit leiden. Het uiteindelijke doel is om met zoveel mogelijk tipi's de prairie te bereiken. Aangezien je met maar één tentje start, zul je nieuwe moeten bouwen. Hiervoor heb je stukjes bizon nodig, die je met jagen verdient. Je kunt in je beurt maar een ding tegelijk (vermoedelijk hebben de squaws het niet voor het zeggen), en dus moet je goed bepalen of je op jacht gaat, een tipi verplaatst of een nieuwe opzet. Het kost stukjes bizon als een niet zo bevriende stam bij jou zijn tent opslaat, en tot overmaat van ramp ben je daar zo door geobsedeerd, dat je met deze familie niet kunt jagen. Elke beurt moeten wel al je families eten. Zolang er bizons om de tipi dralen is dat geen probleem, maar anders moet je daar ook weer stukjes bizon voor inleveren. En die worden al snel schaars. Vandaar dat je spoedig bizons bij je medespelers weg gaat voeren. 

Gaat het er in het begin nog vredelievend aan toe, tegen het einde wordt het echt geniepig als je andere families vlak voor de prairie uit gaat hongeren. Zelfs de vriendelijkste spelers worden door het spel tot streken aangezet. Dit strategische spel zonder geluk kan door de tere zieltjes het beste worden gemeden... (Tekst: Niek)

Amigo
Het kaartspel Byzanz van Emanuelle Ornella bestaat uit 112 speelkaarten: 6 goederensoorten (waarde 1-4) en 16 handelaren (jokers). Elke ronde worden in meerdere veilingen kaarten aangeboden. Het aantal aangeboden kaarten daalt per veiling met één. Iedere speler kan per ronde maximaal één veiling winnen. Je biedt met de goederenkaarten in je hand. De hoogste bieder legt zijn bod en één van de gewonnen goederen in de open markt en neemt de overige gewonnen goederen in zijn hand. Als je setjes van drie gelijke kaarten kunt vormen, mag je deze op elk moment verkopen. Dan leg je de kaart met de hoogste waarde op je scorestapel en gaan de andere twee uit het spel. Nadat iedereen een veiling heeft gewonnen, wordt de 'geldzak' op de open markt verdeeld. Dan mag de winnaar van de laatste veiling als eerste alle kaarten van één soort gratis in de hand nemen, gevolgd door de andere spelers in de omgekeerde volgorde waarin ze een veiling wonnen. Als de stapel goederen is uitgeput, eindigt het spel en wint de speler met de waardevolste scorestapel. Byzanz is een lekker kaartspelletje met een leuk biedsysteem, waarbij je er rekening mee moet houden dat waardevolle kaarten uiteindelijk in verkeerde handen kunnen vallen. Veel speelplezier in een klein doosje.

Poison is een eenvoudig kaartspel van Knizia, dat eerder door de Amerikaanse uitgever Playroom is uitgebracht. Er staan drie toverketels op het vuur. De spelers moeten kaarten aan de toverdrank toevoegen, zonder de ketels over te laten koken. De actieve speler moet een kaart op een van de drie ketels afleggen. De kleur van de eerste kaart bepaalt per ketel welke kleur daar exclusief moet worden gespeeld (groene gifkaarten mogen overal). Als je met jouw kaart de som van 13 overtreft, moet je alle andere kaarten uit deze ketel gedekt voor je neerleggen. Na afloop van een ronde zijn de aldus verzamelde toverdrankjes 1 strafpunt waard, gifkaarten zelfs 2 strafpunten. Als jij de meeste kaarten van een toverdrank bezit, leveren deze kaarten jou geen strafpunten op! Na het vereiste aantal potjes wint de speler met de minste strafpunten. De regel over de meeste kaarten geeft het spel een beetje pit, maar in dit toversoepje blijft de geluksfactor het dominante ingrediënt.

Voor Herr der Ziegen geef ik graag het woord aan een geitenhoedster uut Drenthe. De geiten zijn vorig jaar in Ziegen Kriegen kennelijk goed bevallen bij Amigo. In ieder geval komen ze dit jaar weer met een geitenspel. Het spel is gebaseerd op het leuke tweepersoonsspel Kupferkessel Co., maar toch is het anders. Ten eerste kan het nu met maximaal vijf spelers worden gespeeld. Daarnaast wijkt het niet alleen thematisch af, maar ook de manier van denken blijkt behoorlijk anders dan bij het origineel. Wat wel nagenoeg hetzelfde is gebleven, is het rondlopen en het kaartjes uit rijen pakken. Op tafel wordt een weide neergelegd die uit allemaal verschillende kaartjes met geitensoorten bestaat. Per geitensoort zijn er vijf kaarten met een waarde van 1 t/m 5. Iedere speler krijgt twee geitenkaarten, een grote geit en een stal met 10 kleine geitjes in dezelfde kleur. De speler die aan de beurt is, speelt één van zijn geitenkaarten voor zich op tafel. Het getal dat erop staat, geeft aan hoeveel stappen zijn grote geit rondom de weide moet lopen. Uit de rij waar hij stopt, pakt de speler een kaart zonder klein geitje erop en neemt deze in zijn hand. Het gat in de weide wordt aangevuld met een geitenkaart van de trekstapel. Het kan zijn dat de uitgespeelde kaart een waardering veroorzaakt. Dit gebeurt als de speler door deze kaart in een geitensoort acht of meer punten heeft liggen, of als het de vierde kaart in een geitensoort is die in totaal bij de spelers op tafel liggen. De speler met de meeste punten van deze soort op tafel, mag kleine geitjes plaatsen op de kaarten in de weide van dezelfde soort. Deze kaarten kunnen niet meer worden gepakt en leveren aan het eind van het spel voor deze speler punten op. Ook kaarten die pas later in het spel in de weide worden gelegd van deze soort krijgen op dat moment alsnog een geitje van die speler. Naast de geiten zijn er ook honden. Als een speler een hond speelt, blijft zijn grote geit staan. Hij pakt net als anders een kaart uit de rij van zijn grote geit. Daarna mag hij kaartjes bewegen waarop zijn eigen kleine geitjes staan. Hiermee probeert een speler de kaartjes met zijn geitjes in verbinding te stellen met zijn stal, omdat deze kaartjes dan dubbele punten opleveren. Tot slot zijn er nog melkbussen. Deze leveren aan het einde van het spel punten op voor de twee spelers die de meeste bussen hebben. Zodra de laatste kaart uit een rij is gepakt of als een speler geen kaart meer kan pakken uit een rij omdat er allemaal kleine geitjes op staan, eindigt het spel. De spelers tellen nu de punten van de kaartjes waar hun kleine geitjes op staan. Kaartjes die in verbinding staan met hun stal, leveren dubbele punten op. Daarnaast worden de punten voor de melkbussen verdeeld. De speler die de meeste punten in totaal heeft, mag zich winnaar noemen.

Herr der Ziegen is een leuk spel, wat in het begin door de leuke, maar drukke tekeningetjes een wat lastig overzicht geeft. Je hoeft hier niet zoals in Kupferkessel Co te onthouden welke kaartjes je al hebt, dat ligt namelijk zichtbaar voor iedere speler. De lastigheid zit hem in de balans tussen de meerderheid willen halen in een geitensoort, maar dan niet met teveel punten, want die heb je juist liever in de weide, omdat je daar je kleine geitjes op kunt zetten die uiteindelijk punten opleveren. Kaarten in de hand of voor jezelf op tafel leveren namelijk geen punten op. Deze manier van denken, naast de leuke tekeningen (geiten als Elvis Presley, als de Blues Brothers of als Einstein bijvoorbeeld) maakt het een leuke aanvulling in de spellenkast, ook als je Kupferkessel Co al hebt. Het spel is mij in ieder geval erg goed bevallen. (Tekst: Det)

Het kaartspelletje Tenakee heb ik nog niet bekeken of gespeeld. Hetzelfde geldt voor het partyspel Privacy 2 en Marquards Küchenlatein, het quizspel van de excentrieke sterrenkok. De voorjaarsrelease Horus werd ook nog volop gedemonstreerd. Auteur Jean Vanaise was merkbaar tevreden over de ruime aandacht. Horus is her en der afgedaan als een knullig legspel zonder invloed. Volkomen onterecht overigens, dit is een vlot en elegant meerderhedenspelletje.

Kosmos
Het boek Der Schwarm ken ik niet, maar getuige het bordspel speelt het zich af rond een zee die nog ontdekt moet worden. Het spel kent maar vier beurten. Zo'n beurt begint met het een voor een pakken van kaartjes uit een rij volgens het Vinci-principe; de eerste is gratis, elke volgende kost meer. Daarna voeren we op volgorde een van de verzamelde kaartjes uit. De acties leveren extra grondstations, manschappen, boten of rampen op. Als je met je boot mag varen, kun je zeetegels oppakken, en zo langzaam de zee begaanbaar maken. De zeetegels bevatten tunneldelen, die je later in kunt zetten om je bases met elkaar en met het middelpunt van de zee te verbinden. Aan het einde van elke beurt scoor je al punten voor aan elkaar aangesloten onderdelen, en aan het einde van het spel kun je nog veel meer punten scoren als je ook nog de verschillende continenten en het midden met elkaar verbonden hebt. Via rampen kun je elkaar al behoorlijk dwarsbomen. Omdat eigen tunneldelen alleen door anderen gebruikt kunnen worden als ze die kunnen overbouwen, zit daar echter het grootste conflict - je kunt anderen afsluiten. Met goed plannen kun je in vier beurten behoorlijk wat opbouwen, maar het enigszins taaie mechanisme is niet aan iedereen besteed. (Tekst: Niek)

Zack & Pack is een luchtig puzzelspelletje. Het spel bestaat uit een set kaarten met laadruimten van vrachtwagens en vele blokjes van verschillende lengtes (1 t/m 5) die de ladingen voorstellen. De spelers dobbelen eerst voor de ladingblokjes die ze ontvangen. Ook krijgt iedere speler een kaart en muntjes ter waarde van 75. De kaarten worden tegelijkertijd opengedraaid. De spelers proberen z.s.m. een kaart van een medespeler te pakken of een dichte van de stapel. Ze mogen niet hun eigen kaart gebruiken. Ze willen een kaart hebben waar hun lading zo goed mogelijk in past. Als iedereen voorzien is van een kaart, laadt elke speler zijn ladingblokjes in de laadruimte van zijn vrachtwagen. De laadruimtes hebben diverse vormen en elke vrachtwagen geeft ook aan tot hoe hoog er gestapeld kan worden. Een blokje mag niet buiten de laadruimte steken. Ook mag er niet hoger dan de maximale hoogte worden gestapeld. Als iedereen zo goed mogelijk heeft geladen, worden de (straf)punten berekend. Voor elke mogelijke ruimte in de vrachtwagen die niet beladen is, krijgt een speler één strafpunt. Voor elk blokje dat niet meer in de vrachtwagen paste, krijgt een speler twee strafpunten x de lengte. Een overgebleven blokje van lengte 1 is dus twee strafpunten en een blokje van lengte 5 is meteen tien strafpunten. De speler die de minste strafpunten kreeg, krijgt 10 punten bonus. Zodra een speler blut is, stopt het spel. Hij is de verliezer. Degene die de meeste punten overheeft, is de winnaar. 

Zack & Pack speelt heel vlot. Na drie à vier potjes is er vaak al een verliezer. Het feit dat je heel snel een kaart bij een ander moet wegpakken, maakt het lastig om goed in te schatten of jouw blokjes wel allemaal in die vrachtwagen passen. Het puzzelen met de blokjes als iedereen inmiddels een kaart heeft, kan in een rustiger tempo. Vaak genoeg kom je er dan achter dat je toch niet goed geschat hebt en een vrachtwagen hebt gekozen die niet helemaal (of helemaal niet...) bij jouw lading past. Maar dat maakt het spel juist zo leuk. (Tekst: Det)

Zodra het woord "Heks" valt bij een spel, ben ik gelijk geïnteresseerd. Als echte Eucalypta (noot van de redactie: uiteraard alleen in een speelse setting) wil ik zo'n spel graag meteen uitproberen. Gelukkig lukte me dat dit jaar bij de Kosmos-stand. Het vinden van een vrije speeltafel is daar tijdens Spiel namelijk een enorm lastige opgave. Der Hexer von Salem is gebaseerd op een boek. Een samenvatting van het verhaal zit bijgesloten. Ik ken het verhaal helemaal niet, dus ik kan daar ook verder niets over zeggen. In Der Hexer von Salem strijden de spelers gezamenlijk tegen het kwaad. Eerst moeten ze uitvinden tegen welke van de zes verschrikkelijke demonen ze eigenlijk vechten. Tot slot moeten ze hem verslaan. Hierbij moet er goed worden samengewerkt. In dit coöperatieve spel winnen de spelers allemaal of het kwaad overwint. Er is hier dus geen ruimte voor egotripperij of individuele heldenacties. Aan het begin van iedere ronde worden er twee creaturen op velden op het speelbord gelegd. Spelers kunnen op zo'n veld deze creaturen verslaan. Komt er een creatuur die al op het op het speelbord ligt, dan gebeuren er vervelende zaken. Veelal verliezen de spelers waardevolle voorwerpen of gezondheid, of Necron (een boosaardige magiër) gaat vooruit. De spelers verzamelen onderweg voorwerpen of artefacten. Voorwerpen zijn nodig om kwade zaken te verslaan. Artefacten sluiten portalen, waardoor het kwaad niet meer naar buiten kan treden. 

Voordat Necron op het demonenveld is aangekomen, moeten de spelers er achter zijn tegen welke demon ze vechten. Daarna hebben ze nog een beetje (met nadruk op "beetje") tijd om deze demon te verslaan en om alle portalen te sluiten. Spelers mogen onderling overleg plegen wie naar welk veld gaat en wat hij daar gaat doen. Ook mogen ze als ze samen op een veld staan voorwerpen ruilen. De voorwerpen kunnen o.a. worden ingezet om portaalkaartjes te bekijken. Sommige zijn sowieso gesloten en anderen moeten gesloten worden door artefacten. Helaas mag deze informatie niet onderling worden uitgewisseld. Verder kan een volgende demon-kaart worden opengedraaid, waardoor steeds duidelijker wordt tegen welke demon er wordt gestreden (een kwestie van wegstrepen). Ook kan de geestessterkte van een speler worden verbeterd. Als iedereen zijn beurt heeft gedaan, wordt er een gebeurteniskaart omgedraaid. Hierbij wordt tevens de heks verplaatst. De heks staat aan de kant van de spelers. Een creatuur kan gemakkelijker worden bestreden als de heks erbij staat. De gebeurtenis wordt uitgevoerd. Het spel is afgelopen als het kwaad heeft gewonnen of als de spelers succesvol het kwaad hebben bestreden. Het kwaad wint als Necron op het demonenveld staat en de spelers dan nog niet weten tegen welke van de zes demonen ze vechten, of als Necron de dimensiebreuk heeft bereikt aan het eind van zijn looppad, of als alle spelers op één na een geestessterkte van nul hebben. Maar... zodra alle poorten gesloten zijn èn de desbetreffende demon is verslagen, dan winnen de spelers.

Het spel zit goed in elkaar. Het is spannend tot het laatst. Daardoor vind ik het niet storend dat het een coöperatief spel is. Je bent constant bezig om te kijken wie het beste wat kan doen. Uiteraard wordt er weer roet in het eten gegooid, omdat het kwade dan toch weer vervelende speldenprikken uitdeelt. Of dobbelstenen richten grotere schade aan dan je eigenlijk aan kunt. Je ziet, het spel zit boordevol uitdagingen. En als het dan net niet lukt op het laatst, wil je eigenlijk meteen weer opnieuw de strijd aangaan. Het bord en de kaarten zijn prachtig geïllustreerd. De cover op de doos vind ik niet uitnodigend. Het is dat er "Hexer" op stond in mijn geval, maar anders had het mij niet aangetrokken. Toch vond ik dit het leukste spel van Spiel dat ik dit jaar heb gespeeld. (Tekst: Det)

Uiteraard was er ook volop aandacht voor het Spiel des Jahres Keltis. Reiner Knizia signeerde zijn spel en bij veel winkeliers vond je het spel in hoge stapels voor scherpe prijzen.

 

Kosmos presenteerde verder twee Catanvarianten met een Duits tintje. De Deutschland Edition van Siedler wordt uitgebracht in het kader van de 60ste verjaardag van de Bondsrepubliek. Op een kaart van Duitsland bouwen de spelers aan steden en monumenten. Dit is een volwaardig bordspel. 

Nordrhein-Westfalen is een variant op een poster, die zich afspeelt in de gelijknamige Duitse deelstaat. Je kreeg deze poster mee voor een bescheiden donatie aan een goed doel.

Ravensburger
Deze 125-jarige Duitse spellengigant demonstreerde uiteraard het Kinderspiel des Jahres (en winnaar van de Deutsche Kinderspiele Preis) Wer war´s? van Reiner Knizia. Daarnaast werden twee nieuwe bordspellen gepresenteerd, Der Name der Rose van Stefan Feld en Diamonds Club van Rüdiger Dorn. Voor een beschrijving van beide spellen verwijs ik naar de previews (volg de hyperlinks).


Pater Ravensburgum



Lees verder in deel IV van dit verslag

Agenda > Verslagen > Spiel 2008


Top