Agenda > Verslagen > Spiel 10 > Verslag

Internationale Spieltage
SPIEL 2010
Messe Essen 21.-24. oktober 20
10

Deel I - Deel II - Deel III - Deel IV - Deel V - Deel VI
komspiel.gif (6620 bytes)

Quined Games
Bij Quined Games heb ik, met twee medespelers, eindelijk kennisgemaakt met het bordspel Era of Inventions. Dit is een volledig Nederlandse productie, van auteur, vormgever tot aan de uitgever. De belangstelling voor dit spel bleek groot, de tafels zaten vol en trokken veel kijkers. Era of Inventions draait thematisch om het doen van uitvindingen, inhoudelijk is het een ‘worker placement’ spel, waarin grondstoffen worden veredeld naar winstpunten. Dit alles vindt plaats op een nogal bont speelbord, met zes zones met elk twee actievelden. Daar claimen de spelers met hun schijfjes de gewenste acties. Dit is een mix van fabrieken kopen, grondstoffen produceren, kopen en/of ruilen en uitvindingen doen of exploiteren. De uitvindingen staan centraal, die leveren namelijk de meeste winstpunten op.


de auteur legt zijn spel uit

Era of Inventions is een mooie toevoeging aan de reeks worker placement spellen. Het thema is goed met het spelverloop verweven, wat het begrijpen van het spelsysteem gemakkelijker maakt. Ik vind de introductie van de bonusacties een prima vondst. Dit vergroot de flexibiliteit en verkleint de kans op een frustrerende ronde als je aan de foute kant van de speelvolgorde zit. Men had de actiecirkels overigens wel iets duidelijker op het speelbord mogen markeren. Ook de kleuren van sommige speelstukken hadden handiger gekund. Ach ja, laat ik geen zeurpiet zijn, het materiaal ziet er verder namelijk prima uit.

Ravensburger
Deze Duitse gigant presenteerde Kramer & Kiesling's nieuwe bordspel Asara. De spelers zijn bouwmeesters, die in een exotische stad de meeste, de hoogste en de mooiste torens willen bouwen. Op vier markten kopen ze daartoe torenelementen in allerlei kleuren. Sommige kleuren zijn erg duur, maar kunnen aan het einde van het spel veel punten opleveren. Asara is een vlot en elegant ´worker placement spel´. De strijd om de schaarse actievelden krijgt een extra lading door het kleur bekennen. Hierdoor is handmanagement een wezenlijk spelelement. Een strijd om verschillende soorten meerderheden is een spelmechanisme dat mijn belangstelling altijd wel weet te wekken. Ook het bouwen vraagt enige planning. Eerst een beurtje oppotten en daarna een flinke bouwactie uitvoeren, kan helemaal geen kwaad. Asara is wat mij betreft een prima familiespel, dat ook dienst kan doen als een geslaagde middenklasser voor verwende veelspelers. Het geluk speelt meestal geen hinderlijke rol, maar soms kan de kaartverdeling je tijdelijk erg tegenzitten. Last but not least, dit spel is prachtig uitgevoerd!


Wolfgang Kramer en twee prinsessen uit Asara

R&D Games
De Key-serie is een reeks spellen van de Britse spelauteur Richard Breese, die in 1995 van start ging met het bordspel Keywood. Dit jaar heeft Richard de sleutel tijdelijk overgedragen aan een andere auteur. De zesde titel Key Market is namelijk ontworpen door David Brain. Zijn geestelijke verwantschap met Richard Breese lijkt groot, want Key Market past prima in de reeks. Dat vonden de fans van de Key-serie blijkbaar ook, want de gehele oplage van 900 exemplaren is via voorbestellingen verkocht. Op een landschapje van losse bordjes verbouwen de spelers gedurende twee jaren met vier seizoenen hun landbouwproducten. Daartoe huren ze arbeiders in en sturen ze deze naar de gewenste velden. Dit levert de grondstoffen op die je keihard nodig hebt om verder te komen. De opbrengsten zijn overigens wisselend, omdat ze afhangen van de distributie van productiefiches over de seizoenen. Je kunt de grondstoffen gebruiken om jouw arbeiders in te zetten in gildehuizen. Daar leveren ze tijdens het spel nuttige bonussen op en zijn ze aan het einde geld (= winstpunten) waard. Je kunt je grondstoffen ook gebruiken om jouw boerderij op te waarderen. Dan kun je sommige arbeiders met pensioen sturen, wat aan het einde ook veel geld oplevert. Grondstoffen verkoop je verder op de markt om de geldstroom op gang te houden. Deze centen heb onderweg nodig voor de salarissen, inhuur en verplaatsing van jouw arbeiders.

Rebel.pl
Een wel heel schematische basiliek ga je bouwen in het tweepersoonsspel Basilica. Op een bord liggen drie grondtegels (met een of twee kleuren) en daarnaast drie actietegels (de andere kant). Met een grondtegel kun je vanuit het bord de basiliek vorm gaan geven. De naastliggende actietegel komt dan omgedraaid op de vrijgekomen plek en een nieuwe actietegel wordt in het spel gebracht. Tijdens je beurt heb je drie acties. Een tegel gebruiken kost een actie en een blokje plaatsen op een net gebouwde grondtegel is ook een actie. Want dat is de manier waarop je punten scoort. Grondtegels van dezelfde kleur vormen een gebied met de waarde gelijk aan het aantal tegels. En wie daar de meeste blokjes op heeft, is de eigenaar. Bij sommige grondtegels komt de waardering een stapje dichterbij. Bij een waardering worden punten uitgedeeld en twee rijen verwijderd. Na drie waarderingen eindigt het spel. Uiteraard kun je met de actiekaarten andermans plannen heel goed dwarsbomen; gebieden afsluiten, blokjes (ver)plaatsen of een gebiedswaarde veranderen. Het speelt vlot, met een duidelijke Carcassonne-knipoog. (Tekst: Niek).

K2 is een bordspel met een bijzonder thema. Wellustige jonge vaders spitsen nu ongetwijfeld de oren en dwalen geestelijk af naar de visuele bonus die met de muzieksmaak van hun jonge koters wordt meegeleverd. Jammer vrienden, dit spel gaat niet over Vlaamse zangeressen, maar heeft een veel koeler thema. De spelers beklimmen de afschrikwekkende berg K2. Iedereen heeft twee bergbeklimmers en een identiek setje met 18 actiekaartjes. Deze kaartjes tonen bewegingspunten of conditiepunten. Laatstgenoemden heb je nodig om in leven te blijven. Je trekt zes kaartjes en kiest er drie voor de huidige beurt. Je weet dus voor 50% wat je in de volgende beurt kunt uitspoken. Met bewegingspunten verplaats je jouw klimmers, met de conditiepunten verbeter je hun conditie op jouw conditiebordje. Het gebied waar een klimmer eindigt, heeft ook gevolgen voor de conditie (beneden in positieve zin, boven in negatieve zin). Het actuele weer verslechtert de conditie vaak nog verder. Gelukkig kun je op de bergflank tweemaal een tentje bouwen, waardoor je enigszins wordt beschermd. Komt een klimmer op nul conditiepunten, dan flikkert hij zonder pardon van de berg en levert hij geen punten op. Met een goede planning kun je de ergste ellende voorkomen, maar als een groepje medespelers de route naar een veilige aftocht blokkeert, kom je zomaar klem te zitten op een levensgevaarlijke plek. Je registreert per klimmer de punten van zijn hoogste speelveld. Aan het einde tel je de punten van beide klimmers op. Een leuke middenklasser.

Repos
Het kaartspel 7 Wonders was de grote hype in de weken voor de beurs. Ik neem het gehijg op BGG normaal graag met een korreltje zout, maar als ze mij een ontwikkelingsspelletje met een korte speelduur beloven, is het vlees zwak. Ik ben met open ogen gezwicht voor een voorbestelling met een extra wondertje. Tijdens de eerste potjes word je knettergek van al die pictogrammetjes (en zeker van de stroom vragen als 'wat is dit?', 'wat doet dat?' enzovoort). Even doorbijten, dan blijkt vanzelf hoe duidelijk de symbolen in feite zijn. Waar gaat het over? In drie fasen speelt iedere speler driemaal zes actiekaarten uit. Je begint elke fase met zeven kaarten. Na het uitspelen van de eerste kaart, geef je jouw hand door aan de buurman. De rest van jouw hand landt dus in de grijpgrage vingers van buren met snode plannen. Met de actiekaarten bouw je onder meer aan een grondstoffenmotor, een ontwikkelspoortje om gratis kaarten in de toekomst mogelijk te maken, aan militaire macht en vooral aan een forse winstpuntenfabriek. Veel kaarten kosten je grondstoffen. Liggen die in jouw eigen stad, kost het gebruik je niets. Moet je ze bij de beide buren halen, moet je twee geld betalen. In plaats van een kaart spelen, kun je 'm gedekt afleggen voor drie munten. Je kunt 'm ook gebruiken om een stap in de constructie van jouw wonder te markeren. Dit zijn manieren om gevaarlijke kaarten uit de klauwen van de buren te houden. Aan het einde van een fase vergelijk je jouw militaire macht met die van de buren. Als jij sterker bent, krijg jij - afhankelijk van de fase - 1-3-5 winstpunten. De zwakkere krijgt 1 strafpunt. Na drie fasen worden de punten geteld, waarbij in het bijzonder setjes groene kaarten zeer veel punten kunnen opleveren.

Mijn eerste indruk: zeer veel speelplezier in een half uur. Ronduit geweldig! Het was overigens niet alleen maar rozengeur en maneschijn. De verkoopprijs van dit mooie spel was stuitend. Hoe durf je 40 euro te vragen voor een stapeltje kaarten van een matige kwaliteit en een paar bordjes van inferieur karton? De verhouding tussen prijs en materiaalkwaliteit is hier volkomen zoek.

Stratelibri
Olympus is een nieuw bordspel van de auteurs van Kingsburg. De spelers heersen over Griekse stadstaten. In elke stad draait het om de groei van bevolking, cultuur, militaire macht en productie van graan, vlees en vis. Elke ronde stuur je jouw priesters naar de 10 goden, om daar steun te vragen. Daarbij krijgt de als eerste gearriveerde priester de meeste hulp van een god. Hulp is er in alle soorten en maten, zoals ontwikkeling, productie van grondstoffen en oorlogsvoering. Met de verzamelde grondstoffen bouw je gebouwen, die nuttige extraatjes, ontwikkeling en/of winstpunten opleveren. ‘Arbeiders’ plaatsen om acties te kiezen, je economie ontwikkelen en bouwen voor bonussen en winstpunten, dit spelsysteem loopt niet over van innovatie. Het speelt overigens allemaal wel lekker weg. Liefhebbers van agressieve interactie worden op hun wenken bediend met de oorlogen en de plagen. Hiermee moet je in voldoende mate rekening houden, anders word je met grote regelmaat geplunderd. Olympus werd op de beurs verkocht voor 50 euro. Dit is een schandalig hoge prijs voor een spel met een zakje houten stukjes, twee stapels kaarten, een speelbord en vijf tableaus. Ik ving een slap excuus op over een kleine en daardoor dure startoplage, die met grote haast voor deze beurs was klaargestoomd. Gezien de historie van deze uitgever geloof ik hier helemaal niets van. Stratelibri probeert ons volgens mij willens en wetens een poot uit te draaien!

Treefrog
Het nieuwe spel London was ook een slachtoffer van de productiemalaise van de inmiddels beruchte Duitse fabrikant. Omdat het spel pas vlak voor de beurs werd uitgeleverd, moesten de voorbestellers tot begin november wachten. Gelukkig was London wel op de beurs verkrijgbaar. Het spel ging als warme broodjes over de toonbank. De prijsstelling van het spel was opmerkelijk. Op donderdag werden de laatste exemplaren van de gelimiteerde editie verkocht voor 40 euro, daarna mocht je hetzelfde bedrag neertellen voor de standaard editie.


Martin Wallace

Ik heb inmiddels mijn eerste potjes gespeeld en ben ZEER gecharmeerd. In het spel wordt de geschiedenis van de Britse hoofdstad vanaf de grote brand van 1666 nagespeeld. London is vooral een kaartspel, waarbij een speelbord een bijrol mag spelen. De spelers leveren met hun speelkaarten een bijdrage aan de wederopbouw en groei van de stad. Het spelsysteem is in de kern zeer toegankelijk: kaarten verzamelen, kaarten spelen en jouw gespeelde kaarten activeren. Dit lijkt simpel, maar dan blijkt dat allerlei zaken tegelijk om aandacht schreeuwen: handmanagement, timing van de acties, het opzetten van een geldmotor, het lozen van armoedeblokjes, het tijdig inpikken van de gewenste locaties op het bord enzovoort. Dat zo’n eenvoudige basis zoveel spannende beslissingen oplevert, is een knap staaltje spelontwerp. Dit is met voorsprong de beste Spielrelease die ik op tafel heb gehad. Helaas voor Martin werd de populariteit van London niet omgezet in voldoende stemmen voor de Fairplaylijst. Met een tiental stemmen meer was hij ongetwijfeld geëindigd als aanvoerder van deze ranglijst. Het zij zo, tijdens de beurs kreeg hij de oorkonde van de International Gamers Award voor de winnaar Age of Industry. Dit heeft ongetwijfeld meer waarde dan de eerder genoemde lijst.

Wattsallpoag
Ook dit jaar waren de vrolijke shirts van Wattsallpoag aanwezig op de beurs. Naast de spellen van vorige jaren, hadden ze een nieuw spel met drankflesjes en ijsklontjes. Last Call zag er uitnodigend uit. Samen met Lody en Caroline wilden we dat wel uitproberen.

Het doel is om zo snel mogelijk vier verschillende cocktails te maken waarvoor je verschillende (kleuren) drankjes nodig hebt. Op tafel liggen zes barkeepers waar de flesjes op staan. Eén speler is de deler. Hij draait telkens een kaart open, roept de barkeeper die erop staat en legt het kaartje bij die barkeeper neer. Als geen van de andere spelers reageert, pakt hij een nieuwe kaart en doet hetzelfde. Zodra een speler "Order" roept, stopt hij. Degene die "Order" heeft geroepen, mag nu een flesje verplaatsen van of naar de barkeeper waar het laatste kaartje is neergelegd. Als hij wil mag hij nu ook een cocktail samenstellen. Hij wijst een barkeeper aan die de juiste drankflesjes heeft staan. Elk flesje dat er teveel staat, levert de speler een ijsklontje op. Dit zijn strafpunten. Degene die "Order" heeft geroepen, wordt nu de nieuwe deler. Hij haalt de oude kaartjes weg en begint weer kaarten open te draaien. Zodra één speler al zijn vier cocktails heeft gemaakt, moeten de andere spelers nu versneld hun cocktails maken. Elk flesje dat ze hiervoor moeten verplaatsen, levert ze een ijsklontje op. Als alle cocktails gemixt zijn, wordt gekeken wie de minste ijsklontjes heeft. Deze speler wint het spel. Een grappig origineel spelletje dat er erg leuk uit ziet. (Tekst: Det).

White Goblin Games
Deze Nederlandse uitgever had een middelgrote stand in een hoek van hal 5, waar maar liefst vier nieuwe titels werden gepresenteerd. Daarbij werd zorg besteed aan het verwennen van de klanten. Bij elk nieuw spel kreeg je namelijk een kleine uitbreiding cadeau. Voor Inca Empire waren dit vier extra zonnekaarten, voor Norenberc acht extra tegels, voor Khan vier gouden fiches en voor Pied Piper vier bijzondere karakters (Robin Hood, Dracula, Jeanne D’Arc en Merlijn). Uiteraard zie ik de commerciële drijfveer achter zo’n presentje (uitgevers zijn dol op contante omzet met een verdubbelde winstmarge), maar ik vind dit toch een sympathieke geste.

In het bordspel Khan kiezen de spelers met hun speelkaarten gebieden, waar ze met hun fiches bouwplaatsen markeren, waarop ze later grillig gevormde tegels leggen. Als je dit een beetje handig doet, maak je daarbij gebruik van een minderheid aan ‘vijandelijke’ fiches. Hierdoor kun je sneller tegels leggen en tegelijkertijd ‘vijandelijke’ fiches neutraliseren. De tegels leveren aan het einde winstpunten op. De auteur heeft een onderdeeltje van Teuber’s Elasund verheven tot een zelfstandig spel, dat vooral aanvoelt als een oefening in het ondergaan van ergernissen. Het spelsysteem schreeuwt namelijk om een destructieve speelstijl, het overbouwen van andermans fiches. Er is op zich niks mis met tactisch getreiter, maar hier hangt het succes voor een groot deel af van de kaartstapel. De auteur heeft zelf ook ingezien hoe groot deze geluksfactor is. Hij heeft een dubbelactie ingebouwd, waarmee je een fiche gericht kunt plaatsen en tegelijkertijd een waardeloze kaarthand kunt lozen. Dit biedt een beetje troost, maar kan volgens mij toch niet op tegen de gelukkige speler die aan de lopende band de juiste kaarten trekt. Ik vind de combinatie van dwarszitten en mazzel hier niet lekker aanvoelen. De discrepantie tussen thema en spelverloop maakt deze eerste indruk niet positiever. Khan is blijkbaar niet mijn spel. Mijn medespelers dachten hier duidelijk anders over. Die hebben mij namelijk met zeer veel plezier te grazen genomen.

Gelukkig is Inca Empire wel mijn spel. Dit indrukwekkende ‘treinenspel zonder treinen’ is een aanwinst voor de Nederlandse en Vlaamse veelspelers. Voor een toelichting op deze mening verwijs ik je graag naar mijn recensie. Ik ben niet te spreken over de door de uitgever vermelde speelduur. Het spel is boeiend genoeg voor de gebruikelijke speeltijd van 180 minuten, maar ik voel me toch een beetje gefopt als op de doos 90 minuten wordt aangegeven. Zulke fratsen moeten ze in de toekomst achterwege laten!

Norenberc is een middeleeuwse benaming van de Duitse stad Nürnberg. In dit spel ligt een rijtje gildehuizen op de spelers te wachten. Daar kun je goederen kopen en verkopen en allerlei karakters inhuren (handwerkers en burgers). Met hun gildekaarten kiezen de spelers in het geheim welke gildehuizen ze willen bezoeken. Als dit is bepaald, zetten ze hun speelstukken in en voeren ze de gewenste acties uit. De speelstukken zijn ze kwijt tot de volgende ronde. Alleen spelers met actieve speelstukken kunnen in de lopende ronde nogmaals handelen. Je begint het spel met slechts vier speelstukken, maar kunt dit via bepaalde karakters met vier uitbreiden. Aan het einde van de ronde beloont elk gildehuis de speler met de meeste goederen van dat gilde. Na vier ronden eindigt het spel met een puntentelling. Dan krijg je onder meer punten voor handwerkers en voor sommige burgers. Je krijgt dan vooral veel punten voor de gildewapens die je als favoriet van de gildes hebt ontvangen. Sommige burgers zijn vooral tijdens het spel zelf interessant, omdat ze dan leuke voordeeltjes opleveren.

Het lijkt erop dat de uitgever zijn best heeft gedaan om dit spel te voorzien van een indrukwekkende uitvoering. De Goblins hebben dit naar mijn smaak wel een beetje overdreven. Sommige houten grondstoffen zijn namelijk zo groot, dat je ze niet handig op de gildebordjes kunt bewaren. Ook de speelstukken van de spelers hebben te veel groeihormonen geslikt. Ik neem aan dat deze overdaad heeft bijgedragen aan de relatief hoge verkoopprijs van dit spel. Dit is jammer, omdat dit de concurrentiepositie van het spel niet verbetert. Inhoudelijk heb ik niets te klagen. De manier waarop de acties worden gekozen vraagt om een goed gevoel voor timing, zeker wanneer je de speelvolgorde wilt manipuleren. Daarnaast moet je handig opereren in het op zich simpele economische systeem. Op de juiste momenten profiteren van lage inkoopprijzen en hoge verkoopprijzen is essentieel. Je wilt vaak meer dan je kunt, moet ondertussen de (on)mogelijkheden van de medespelers zien in te schatten en vooral ook je tanden laten zien bij de strijd om de schilden en de meerderheden in de gildehuizen. Da’s een hoop ludieke spanning in een op zich overzichtelijk spelsysteem. Een prima spel dus! Het enige inhoudelijke minpuntje was het ontbreken van een overzichtje met de puntentelling. Dit hebben de Goblins inmiddels op hun website hersteld.

De vierde nieuwe titel was de Pied Piper uitbreiding van Rattus. Deze set was zo populair dat ze op vrijdag al uitverkocht waren. Een mooie opsteker voor de Goblins.

Z-Man Games
Ik heb dit jaar weinig tot geen aandacht aan deze uitgever besteed. De pijn van het overaanbod moest immers ergens landen. Het deed me deugd om hier tegen internationaal succes van twee Nederlandse spelauteurs/uitgevertjes aan te lopen. Z-Man presenteerde namelijk de Engelstalige heruitgaven van Factory Fun (van Corné van Moorsel, eerder uitgegeven door Cwali) en Cities (van Martyn F, eerder uitgegeven door Emma Games)

Zoch
Om de beurt ben je in Mille Grazie edelman en struikrover. Als edelman probeer je opdrachten af te leveren, want dat levert punten op. Als struikrovers probeer je daarentegen de reizende edelman te overvallen, want dat voorkomt dat de ander scoort. Het is dus steeds allen tegen één. De struikrovers kiezen in het geheim elk voor een weg, waarbij ze onderling mogen overleggen. Dan kiest de edelman zijn route, die over maximaal vijf wegen mag lopen. Wordt hij overvallen, dan verliest hij opdrachten. Komt hij in een stad aan waar hij een opdracht van heeft, dan levert dat punten op. Uitliggende opdrachten kunnen onderweg ook opgepikt worden. Eventueel kan de edelman er ook voor kiezen om een vrijgeleide te nemen. Dan kiest hij één weg waar hij niet overvallen kan worden. Dit gaat echter wel ten kosten van zijn actieradius; hij mag nu maar vier wegen bewandelen. Misschien zijn er mensen die hier plezier aan beleven, maar ik denk dat jij denkt dat ik denk ... is niet mijn type spel. (Niek)

Afsluiting
Spiel 2010 heeft een overdadige hoeveelheid nieuwe spellen over ons uitgestort. Daaronder bevonden zich genoeg potentiële titels voor veelspelers, die vaak ook nog eens van goede kwaliteit waren. Ik ben benieuwd wanneer deze overdaad serieuze problemen voor de uitgevers gaat veroorzaken. De vele piepkleine buitenlandse uitgevertjes opereren onder de radar en zullen hun dingetje blijven doen, de grote Duitse jongens zijn ongetwijfeld robuust genoeg, maar ik maak me zorgen over ‘Jan Modaal’. Eggert is overgenomen door Amigo, Zoch is verkast naar Simba en het lijkt erop dat Phalanx Games is opgedoekt. Dit zijn geen bemoedigende voortekenen.

Was er dit jaar één absolute topper, een nieuwe Caylus of Agricola? Voor mij persoonlijk wel, maar mijn medespelers roemen vooral de kwaliteit in de breedte. Mijn topfavoriet van Spiel 2010 is een spel dat ik nota bene pas na de beurs kon spelen, Martin Wallace’s excellente kaartspel London. Zo goed heb ik het dit jaar nog niet op tafel gehad. Andere favorieten zijn de Belgische hype van het jaar 7 Wonders, het zalige actiesysteem van Kaigan en de Nederlandse topper Norenberc.

Speelse groetjes,
 

Erwin (met dank aan Bob, Niek en Det)
 

Als je meer leesvoer over Spiel 2010 zoekt, kan ik je de volgende websites van harte aanbevelen:

  • De Bordspeler schrijft boeiende spelbeschrijvingen en is niet bang om zijn mening meteen al stevig neer te zetten.
  • De Tafel Plakt staat ook dit jaar garant voor een prettig leesbare mix van inhoud en humor.

 

Agenda > Verslagen > Spiel 10 > Verslag


Top