Spellen > Recensies > Baumeister

Wettstreit der Baumeister

Johan François - 1999


Het zal de snuggere lezer niet ontgaan zijn dat we hier te maken hebben met een spel van Duitse makelij. Voeg ik eraan toe dat Kosmos het op de markt bracht en een dikke helft denkt al Siedleriaans. Met alle respect voor het, zelfs door mezelf, zeer gewaardeerde "Kolonisten van Catan" met alles erop en eraan, kan ik jullie melden dat er goddank nog leven is na(ast) Santa Klaus (Teuber) in de Kosmosstal.

Jean du Poël, uit wiens brein dit stadsbouwspel ontsproten is, heeft voor een heel tof, mooi en origineel spel gezorgd. Wettstreit der Baumeister is een tactische wedstrijd waarin 3 of 4 bouwmeesters (meesteressen ?) pogen de 'waardevolste' stad te bouwen, dit alles binnen een aantrekkelijk Middeleeuws kader. 

Voor het bouwen heb je materiaal nodig en materiaal kost geld (sterk aan de realiteit aanleunend spel dus). Wat het geld betreft, krijg je een klein basiskapitaal (geldfiches) en kan je je inkomsten door het bouwen verhogen. Elke uitgespeelde 'stadspoort' geeft je een meeropbrengst van 1 of 2 daalders. Het bouwmateriaal bestaat uit 40 gebouwkaarten die stuk voor stuk, per opbod verkocht worden, door de speler die aan beurt is. Hiervoor verdeelt men de 40 kaarten in 2 gelijke stapels: een open stapel met beeldzijde naar boven en een gedekte stapel met ... juist! Geen speelbord dus, maar enkel kaarten die gekocht moeten worden om een eigen stad neer te planten. Het beschikbare geld wordt door elke speler goed geheim gehouden achter de individuele bouwtenten, waarop aan de binnenkant (bedankt logica) tevens een aantal interessante gegevens geprint werden, zoals 'aantal kaarten van elke soort' en verloop van een 'sabotage'.


voorbeeld van de kaarten - (c) Kosmos

Er zijn 5 soorten gebouwen: hoektorens (zowel linker als rechter) en gewone torens (bruin), stadspoorten (blauw), raadhuizen (rood) en kerken (lila). Juist hier komt de kat op de bekende koord, want het maakt wel degelijk uit hoé je je stad formeert om bij de 'eindafrekening' een aantal extra punten te kunnen opstrijken. Zo komen er 10 punten bij als je raadhuis centraal staat; 5 punten als aan beide kanten van het raadhuis evenveel kerken bouwde en nog eens 5 als je met de passende twee hoektorens je stad afbakende.

Elke spelbeurt bestaat uit 3 delen die telkens in de zelfde volgorde afgehandeld moeten worden. Eerst dobbelt een speler voor zijn inkomsten (telt er eventuele bonussen bij wanneer hij reeds poorten op tafel liggen heeft). Vervolgens verkoopt de speler een gebouwkaart per opbod, ofwel van de 'open' stapel of van de 'gedekte' stapel en pas daarna kan er beslist worden of er gebouwd of gesaboteerd wordt.

Een eerste bouwsel moet uit 3 kaarten bestaan. Eenmaal uitgespeelde kaarten kunnen echter niet meer van plaats verwisseld of verschoven worden. Alle volgende kaarten worden aangeschoven aan de linker- of rechterkant van wat je reeds op tafel hebt liggen. Let wel op dat je ook maar 'één' stad mag bouwen en dat er nooit twee gebouwen van hetzelfde type (of kleur dus) naast elkaar mogen liggen. Oh ja, dan heb je nog de zwarte stip op de dobbelsteen die de 6 vervangt en je bij het dobbelen voor inkomsten (enkel) een 'saboteursteen' oplevert. In de derde fase echter kan je 
die goed gebruiken om je medespeler een hak te zetten (term uit de schoenwereld) die de kleinste verdediging heeft (hiervoor even de schildjes tellen op de torens). Met een beetje dobbelgeluk maak je een bres in de stad óf straf je die speler af die met 5 of meer handkaarten geen 'open' spel wil spelen. 

Na het veilen van de laatste kaart krijgt elke speler nog de kans om maximaal 3 handkaarten uit te spelen en is het 'fini', 'schluss', 'gedaan' en kunnen we met de puntentelling beginnen. We tellen eerst de punten van de kaarten op , tellen er de eventuele bonuspunten bij en trekken het aantal punten eraf van de niet uitgespeelde kaarten. Wie de hoogste score behaalt wint! (er is dan toch nog gerechtigheid).

Eén 'Wettstreitje der Baumeister' duurt zo'n dik halfuur en roept (bij de tot op heden gespeelde partijen) telkens een vraag van 'revanche' op (juist van de verliezer). Het spel combineert op een harmonieuze wijze tactiek en bluf , net voldoende (of beter net onvoldoende) gekruid met geluk (de vervloekte /geprezen dobbelsteen). Je kan het op de kop tikken voor (amper) een goeie 600,- fr of 35 gulden., iets meer dan een slordige dozijn pinten op een doordeweekse zondag in de lokale kroeg. Vol verwachting zie ik uit naar het volgende spel van Jean du Poël, of zit hij stiekem óók bezig met de creatie van een 'erweiterung'? Een handvol nieuwe gebouwen misschien? Een verbindingsweg tussen de stadspoorten? Spionnen of overlopers? Samenzweringen, hekserijen of galgenakkers ? Pas op, er was nogal wat voorhanden in de Middeleeuwen. Ondertussen probeer ik uit te vissen wat hij reeds samen met vrouw Veronika in eigen firma (bij Oldenburg, Duitsland) geproduceerd heeft. Kent iemand andere spellen van diens geest en hand, geef de redactie dan eens een seintje asjeblief. Kan ik eens op speelreis naar Jean. Mein Dank kennt keine Grenzen!

Titel: Wettstreit der Baumeister
Auteur: Jean du Poël
Uitgever: Kosmos
Aantal spelers: 3 - 4
Speelduur: 30 - 45 minuten
Prijs: ong. 15,-


Spellen > Recensies >
Baumeister


Top