Spellen > Recensies > Capitol

Capitol

Erwin Broens - oktober 2001


Sinds het midden van de jaren negentig is samenwerking tussen spelauteurs populair en vaak ook succesvol. Zo heeft Wolfgang Kramer in duoverband sinds 1996 drie keer het Spiel des Jahres gewonnen, twee keer met Michael Kiesling, één keer met Richard Ulrich. Sinds kort is er een nieuw duo actief, dat inmiddels aan de lopende band boeiende spellen aflevert. Het duo heet Alan R. Moon en Aaron Weissblum. Dit jaar trakteerden zij ons op San Marco, Das Amulett en Capitol. In de nabije toekomst staat ons nog meer moois te wachten.

Capitol speelt zich af in het oude Rome. De spelers plaatsen houten huizen in de wijken van deze indrukwekkende stad. Gedurende het spel wordt vier keer bepaald wie in elke wijk de meerderheid bezit en worden winstpunten toegekend. Houten speelstukken, meerderheden en winstpunten... dat klinkt op het eerste gezicht niet origineel. Wees niet bang, Capitol heeft wel degelijk een eigen karakter.

Het spelmateriaal

Het spelbord toont een plattegrond van Rome, verdeeld in drie gekleurde districten. Elk district bestaat uit drie wijken, met een aantal bouwkavels voor de huizen van de spelers en een locatie voor een tempel of een theater. De doos bevat verder een algemene voorraad van 90 houten bouwstenen, die de spelers gebruiken als verdiepingen van hun huizen. Iedere speler krijgt een set daken in zijn eigen kleur, vijf ronde en vijf puntdaken. Aan het begin krijgt iedereen twee afgebouwde huisjes van één verdieping (rond & punt) en twee huisjes van twee verdiepingen (rond & punt). Er zijn in totaal 12 fiches: acht bronnen, twee tempels en twee theaters, waarmee de spelers in de loop van het spel een bonus kunnen verdienen. Het spel bevat drie stapels speelkaarten: bouwstenen, daken en bouwvergunningen. Met deze kaarten bouwen en plaatsen de spelers hun huizen. Aan het begin van het spel krijgt iedereen vier bouwvergunningen, twee dak- en twee bouwsteenkaarten. Elke kaart bevat ook een cijfer. Dit is de geldwaarde van de kaart bij een veiling. De doos bevat ten slotte een volkomen mislukt systeem om de winstpunten bij te houden. Dit zijn vier kartonnen zuilen met cijfers, die je moet verschuiven in een houder. Als je de ene verschuift, doen de anderen vrolijk mee, waardoor het bijna onmogelijk is de puntenstand correct bij te houden. Gooi dit ding in de vuilnisbak en schrijf de punten op een briefje!

Spelverloop

Het spel bestaat uit vier rondes, die telkens eindigen met een puntentelling. Elke ronde is verdeeld in vier fases: de bouwfase, de veiling, de verdeling van punten en het trekken van nieuwe kaarten.

In de bouwfase komen de spelers om de beurt aan bod. Tijdens je beurt mag je een kaart uitspelen of passen. Als je past, doe je de rest van deze bouwfase niet meer mee. De bouwfase eindigt zodra de laatste speler heeft gepast. Er zijn drie verschillende soorten kaarten: een bouwsteenkaart, en dakkaart of een bouwvergunning.

Als je een bouwsteenkaart speelt, neem je twee bouwstenen uit de algemene voorraad. Deze stenen zijn de verdiepingen van jouw huizen in aanbouw. Je mag de stenen op bestaande verdiepingen plaatsen of er nieuwe huizen mee bouwen. Als je ze eenmaal hebt geplaatst, mag je ze later in het spel niet verplaatsen. Houd tegen het einde van het spel de algemene voorraad goed in de gaten, want voor je het weet zijn de steentjes op.

Als je een dakkaart speelt, zet je een van jouw daken op een van je huizen. Dit huis is dan afgebouwd en kan daarna niet meer groeien. Je hebt twee soorten, ronde daken en puntdaken. Dit onderscheid is belangrijk door de bouwverordeningen van Rome. Binnen dezelfde wijk mogen alleen huizen met dezelfde daksoort worden gebouwd. Heeft het eerste huis een rond dak, dan moeten alle volgende huizen in deze wijk ook een rond dak hebben. Om het lastig te maken, mogen binnen hetzelfde district (de drie wijken met dezelfde kleur) niet alle wijken dezelfde daksoort hebben. Het is niet verstandig om een van je daksoorten te snel te verbruiken, want dan heb je later in het spel minder mogelijkheden om in te grijpen.

De aldus gebouwde huizen blijven vooralsnog in je privé-voorraad naast het bord staan. Uiteindelijk wil je ze op het bord hebben, immers daar leveren ze winstpunten op. Je mag een compleet huis op het bord plaatsen als je een bouwvergunning uitspeelt. De kleur van deze kaart bepaalt in welk district je het huis mag zetten. De keuze van de wijk is vervolgens vrij. Uiteraard moet je wel rekening houden met de bouwverordening voor daksoorten. Er zijn overigens nog een paar bouwregels. Het eerste huis in een wijk moet precies één verdieping hoog zijn. Latere huizen moeten even hoog zijn of precies één verdieping hoger dan het op dat moment hoogste huis. Door deze laatste regel word je gedwongen jouw privé-voorraad verdiepingen en huizen zorgvuldig samen te stellen en die van je medespelers goed in de gaten te houden. Het heeft bijvoorbeeld geen zin aan het begin van het spel enorme flats te bouwen, want het duurt eeuwen voordat je die op het bord kunt plaatsen. Als je dat al kunt, want je medespelers kunnen zich bewust beperken tot laagbouw om jouw indrukwekkende torens van het bord te houden.

Na de bouwfase volgt de veiling, waarin de spelers extra bouwwerken kunnen bemachtigen om hun wijken meer waarde te geven. Elke ronde worden drie objecten geveild. Bij de eerste twee veilingen worden twee bronnen en één theater aangeboden, bij de laatste twee veilingen twee bronnen en één tempel. Een bron wordt in een wijk geplaatst, bezet daar een bouwkavel (het is een aardige truc om een wijk waar je de eerste plek bezet snel met bronnen te vullen) en geeft een winstpunt aan de eerste en de tweede plek in die wijk. Een theater wordt naast een wijk geplaatst. De speler die daar de eerste plek bezet, krijgt aan het einde van de ronde twee extra kaarten. De speler op de tweede plek krijgt één extra kaart. Een tempel wordt ook naast een wijk geplaatst. In deze wijk worden alle winstpunten verdubbeld.

Bij de veiling wordt geboden met de kaarten uit de bouwfase. Als je in de bouwfase te veel kaarten hebt gespeeld, kun je in de veiling geen potten breken. Als je in een veiling te veel kaarten speelt, heb je in de bouwfase van de volgende beurt minder actiemogelijkheden. De symbolen op de kaarten (bouwsteen, dak of vergunning) spelen in de veiling geen rol. Bij de veilingen gaat het om het afgebeelde cijfer. Per te veilen object bepaalt iedere speler in het geheim hoeveel hij wil bieden. Onder dit bod schuift hij zijn zogenaamde stopkaart. Vervolgens draait iedereen één voor één zijn kaarten open tot zijn stopkaart wordt gedraaid. Degene met het hoogste bod mag het object op het bord plaatsen.

Na de veiling en het plaatsen van bronnen, theaters of tempels worden de winstpunten verdeeld. Per wijk wordt de speler met de meeste bouwstenen bepaald. Bij een gelijke stand wint degene met het hoogste gebouw. Voor de eerste plek krijg je twee winstpunten, plus één punt per bron. De speler op de tweede plek krijgt alleen de punten voor bronnen. In de derde en vierde ronde komen de tempels in het spel. Een tempel verdubbelt alle punten in de desbetreffende wijk, incl. de bronnen. Met name de eerste tempel is zeer belangrijk, omdat dit bouwwerk twee keer een verdubbeling oplevert. Als jij in ronde drie een zekere eerste plek in een wijk vol bronnen bezit, ga dan in de daaropvolgende veiling vol voor deze tempel.

Aan het einde van een ronde mag iedere speler zes nieuwe kaarten trekken van de openliggende stapels verdiepingen, daken en bouwvergunningen. Je kiest zelf van welke stapels je de kaarten trekt. De spelers met een eerste of tweede plek in een wijk met een theater mogen twee resp. een extra kaart(en) trekken. Het kan overigens geen kwaad te onthouden welke kaarten je medespelers trekken. Dan zie je eventuele dreigingen eerder aankomen, zowel voor de bouwfase als de veiling. Na het trekken van kaarten start de volgende ronde met een nieuwe startspeler.

Na vier rondes is het spel voorbij. Degene die dan de meeste punten bezit, mag de lauwerkrans op zijn schedel plaatsen.

Ten slotte

Het verzamelen van winstpunten door het geschikt plaatsen van houten blokjes hebben we in meer spellen gezien. Deze basis is misschien niet origineel, maar door de extra's is dit in Capitol geen enkel probleem. Bij Capitol gaat het niet alleen om de controle op het spelbord zelf, maar speelt ook resourcemanagement naast het bord een belangrijke rol. Je moet de opbouw en samenstelling van je privé-voorraad verdiepingen en huizen goed plannen en afstemmen op je medespelers. Geduldig afwachten en reageren is daarbij vaak verstandiger dan je te snel bloot te geven. Aan de andere kant moet je soms snel toeslaan, om te voorkomen dat een ander een wijk vol bronnen inpikt.

Resourcemanagement speelt ook een belangrijke rol bij de speelkaarten. Door hun dubbele functie (bouwen en geld) is het lastig om de controle over beide activiteiten te houden. Zorg er in ieder geval voor dat je bij de cruciale derde veiling een rol kunt spelen en dat je voor die tijd een zekere eerste plek in een wijk hebt bemachtigd.

Bij het trekken van nieuwe kaarten komt het geluk om de hoek kijken. Je mag weliswaar trekken van openliggende stapels, maar dat wil niet zeggen dat je uitsluitend kaarten tegenkomt die je graag wilt hebben. Soms tref je bouwvergunningen met de verkeerde kleur. Het is ook vervelend als je alleen maar kaarten met lage cijfers trekt, want dan heb je in de daaropvolgende veiling weinig te zoeken. 

Resumerend, Capitol is een prima spel met een goede verhouding tussen tactiek en geluk. Het spel werkt overigens het beste met vier spelers. Met minder spelers is er te veel ruimte op het bord, hetgeen de interactie niet bevordert.

Titel: Capitol
Auteur: Moon & Weissblum
Uitgever: Schmidt Spiele
Aantal spelers: 2 - 4
Speelduur: ong. 60-90 minuten
Prijs: ong. € 25,-


Spellen > Recensies >
Capitol


Top