Spellen > Recensies > Java

Java

Erwin Broens - september 2001


Als je naar de cover van Java kijkt, is het duidelijk dat Ravensburger een verband met de succesvolle voorganger Tikal wil leggen. Ook dit spel wordt gesierd door een masker van tekenaar Franz Vohwinkel. Ook de afbeelding op de achterkant heeft iets herkenbaars. Het "gouwe ouwe" gevoel wordt versterkt door namen van auteurs Kramer en Kiesling. Als je dan ook nog hoort dat het spelsysteem draait om de inzet van actiepunten, ga je helemaal twijfelen aan de originaliteit. Als je vergelijkingen met het verleden wilt maken, zou je Java kunnen beschouwen als het tweede deel van een trilogie, die in 1998 begon met Tikal en in 2002 wordt voortgezet met Mexica. Deze drie spellen hebben overeenkomsten, maar bezitten gelukkig in voldoende mate een eigen karakter.

Spelmateriaal

De goedgevulde doos bevat naast een spelbord en een meertalig regelboek het volgende spelmateriaal:
- 56 driedelige, 20 tweedelige en 20 eendelige landfiches;
- 40 paleisfiches met de waardes 2 - 10;
- 16 waterfiches;
- 30 paleiskaarten;
- 12 actiefiches;
- voor iedere speler 12 speelfiguren en één waarderingssteen;
- 4 bordjes met een samenvatting van de regels.

Spelverloop

In Java probeer je door het spelen van kaarten en het plaatsen van fiches en speelstukken zo mogelijk veel winstpunten te verdienen, zowel tijdens het spel als bij de eindtelling. Tijdens jouw beurt kun je daartoe zes actiepunten inzetten. Driemaal tijdens het spel kun je dit aantal verhogen tot zeven actiepunten, tegen inlevering van een speciaal actiefiche. Je kunt je actiepunten gebruiken voor de volgende acties:

Het plaatsen van landfiches. Je bent verplicht om elke beurt minimaal één landfiche te plaatsen, ten koste van één actiepunt. Het maakt niet uit of dit een een-, twee- of driedelig fiche is. De driedelige fiches kunnen door iedereen worden gebruikt, van de andere fiches krijgt iedere speler aan het begin een privé-vooraad. Je mag een fiche niet op speelfiguren, paleizen of waterfiches plaatsen. In de loop van het spel ontstaan terrassen. Als je een nieuw fiche op een terras legt, moet deze volledig worden ondersteund. Het is niet toegestaan om gelijk grote fiches volledig op elkaar te leggen. Wees overigens zuinig op je privé-voorraad met een- en tweedelige fiches. Deze fiches heb je tegen het einde van het spel hard nodig om je speelfiguren op de hoogste rang in de diverse steden te krijgen. De eendelige rijstvelden zijn ook geschikt om de verbinding tussen waardevolle paleizen en hooggeplaatste tegenstanders te verbreken.

Het inzetten van een speelfiguur. Afhankelijk van de plek waar je het bord betreedt, kost dit je één of twee actiepunten.

Het bewegen van een speelfiguur. De beweging is gratis, zolang je op dezelfde landsoort blijft. Elke wisseling tussen dorpen en rijstvelden kost je één actiepunt. Het is overigens niet toegestaan over figuren van medespelers te springen. Deze regel leidt met name tegen het einde van het spel tot blokkades.

Een paleis (uit)bouwen. Voor één actiepunt mag je een paleisfiche op een dorpveld bouwen c.q. een bestaand paleis uitbouwen. Je mag dit alleen doen als een van jouw speelfiguren in dit dorp de hoogste rang inneemt. Door het plaatsen van een paleis wordt het dorp een stad. Steden mogen nooit met elkaar worden verbonden. De waarde van het paleis is afhankelijk van de hoeveelheid dorpvelden in deze stad (maximaal 10 punten). Voor het bouwen c.q. uitbouwen van een paleis krijg je de helft van de nieuwe waarde in winstpunten uitgekeerd. De winstpunten worden bijgehouden op het bekende scorespoor aan de rand van het spelbord.

Waterfiches aanleggen. Voor kostprijs van één actiepunt per fiche mag je een of meer waterfiches op het bord leggen. Zodra een of meer waterfiches zijn omringd door landfiches, wordt bepaald welke speler op de oever van dit meer de speelfiguur met de hoogste rang bezit (= hoogste terras). Deze speler krijgt dan drie winstpunten voor elk waterfiche in dit meer. Let er tijdens het spel op dat je een medespeler niet de kans geeft om in één beurt een te groot meer af te sluiten. Voor je het in de gaten hebt, gaat iemand zo met 12 of meer punten aan de haal.

Een paleiskaart kopen. Deze kaarten heb je nodig als je punten wilt verdienen bij paleisfeesten. Per beurt mag je maximaal twee kaarten kopen.

Een paleisfeest organiseren. Als laatste gratis actie van je beurt mag je een paleisfeest organiseren in een stad waar je een of meer speelfiguren bezit. Iedere speler die in dezelfde stad aanwezig is, mag aan het feest deelnemen. Tijdens het feest spelen de deelnemers paleiskaarten uit, die één of twee punten waard zijn. Je kunt het feest samen organiseren, dan krijgt iedereen punten. Als je in een egoïstische bui bent, kun je proberen het feest alleen te organiseren. Een solitair feest lijkt misschien minder gezellig, maar zo kun je wel meer punten verdienen. Na een feest wordt het paleisfiche omgedraaid. In deze stad kan pas een nieuw feest worden georganiseerd nadat het paleis opnieuw is uitgebouwd.

De eindfase van het spel wordt bereikt zodra iemand het laatste driedelige landfiche heeft geplaatst. Deze speler maakt zijn beurt af en voert aansluitend voor zichzelf de eindtelling uit. Je krijgt dan winstpunten voor paleizen waar je de eerste of tweede rang inneemt, resp. de volle waarde of de helft. Daarna komen de andere spelers nog één keer aan de beurt, waarbij ze ieder hun eigen eindtelling uitvoeren. Aangezien een paleis 10 punten kan opleveren, is het duidelijk dat deze eindtelling van groot belang is.

Ten slotte

Het spelmechanisme met actiepunten is uiteraard niet nieuw, maar doet ook hier wat de bedoeling is: het biedt je keuzemogelijkheden. Je moet nadenken, afwegen en beslissen, zaken die een spel interessant maken. Java is verder interessant door de dynamische ontwikkeling van het speelveld. In de loop van het spel ontstaan steeds nieuwe situaties en daarmee nieuwe keuzes en kansen. Het spel is voornamelijk tactisch, omdat je steeds klaar moet staan om je kansen te grijpen. Je moet daarbij echter niet de eindtelling vergeten. Dan wil je voldoende speelfiguren op de juiste plaatsen op het bord hebben. Niet alleen om je eigen kansen te vergroten, maar vooral ook om je medespelers te hinderen. Met een paar goedgeplaatste blokkades kun je voorkomen dat je medespelers in hun scorerondes te veel eerste plaatsen inpikken. Degene die de laatste scoreronde moet uitvoeren, wordt hierdoor vaak zwaar benadeeld. Hieruit blijkt dat je tijdens het spel ook goed in de gaten moet houden hoe snel de driedelige landfiches worden verbruikt.

Java is een uitstekend bordspel, dat liefhebbers van uitdagende gezelschapsspellen zeker zal bevallen. De Nederlandse regels zijn af en toe een tikje "wollig", maar bij eventuele vragen kun je een uitstapje naar de Duitse regeltekst maken. De speelduur hangt vooral af van de spelers. In de ene groep duurde het spel nauwelijks langer dan één uur, in de andere groep zaten we bijna drie uren te broeden. Het spel is prachtig uitgevoerd, met name de driedimensionale opbouw van de terrassen is een lust voor het oog. Java lijkt op het eerste gezicht misschien op Tikal, maar inhoudelijk is Java een ander en vooral interactiever spel.

Titel: Java
Auteurs: Kramer en Kiesling
Uitgever: Ravensburger
Aantal spelers: 2 - 4
Speelduur: ong. 90 minuten
Prijs: ong. € 36,-


Spellen > Recensies >
Java


Top