Spellen > Recensies > Roll through the Ages

Roll through the Ages

Erwin - maart 2009


Roll through the Ages is een titel die liefhebbers van uitdagende strategische bordspellen ongetwijfeld de oren doet spitsen. Through the Ages is immers een stevig ontwikkelingsspel, waarin gedurende duizenden jaren beschavingen opkomen en ondergaan. Sinds Civilization is dit een genre dat ook mijn warme belangstelling heeft. Roll through the Ages zou vooraf de indruk kunnen wekken dat hierin strategische ontwikkeling wordt gecombineerd met een vlotte speelduur (je rolt als het ware door de geschiedenis). De vlotte speelduur klopt helemaal, de strategische ontwikkeling komt minder aan bod. Daar is overigens helemaal niets mis mee, Roll through the Ages wil namelijk niets meer zijn dan een vlot dobbelspel: 'Civilization ontmoet Yahtzee'.

De eerste kennismaking met het spelmateriaal is indrukwekkend. Iedere speler krijgt een dik houten bordje, waarop hij met staafjes zijn voorraad graan en goederen registreert. Je krijgt ook nog een eigen scorebriefje, waarop je jouw ontwikkelingen en bouwwerken vastlegt. Er zijn verder zeven houten dobbelstenen, twee handige speloverzichten en een kort en helder regelboekje. Op de dobbelstenen vind je de volgende symbolen: graan, werkers, goederen, goud en een doodshoofd.

Jouw scorebriefje vertegenwoordigt jouw imperium in opkomst. Hierop vind je, naast een handige samenvatting van de regels, allerlei rubrieken die je in de loop van het spel moet invullen. Aan het begin van het spel bestaat jouw imperium uit drie steden. Jouw werkers kunnen in de loop van het spel vier nieuwe steden bouwen. Het aantal steden bepaalt hoeveel dobbelstenen je mag gooien. Er is een sectie met ontwikkelingen, waarvan je er elke beurt één mag kopen voor goud en/of goederen. Deze ontwikkelingen zijn niet alleen goed voor winstpunten, maar leveren ook leuke extraatjes op. Er is ook een sectie met monumenten, die jouw werkers voor je bouwen. Monumenten leveren winstpunten op, waarbij de eerste speler die een soort voltooit dubbele punten krijgt.

Een speelbeurt begint met het werpen van de voor jou beschikbare stenen. Je mag maximaal drie keer gooien, waarbij je eerder afgelegde stenen mag overgooien. Alleen de doodshoofden moet je verplicht apart leggen. Na maximaal drie worpen verwerk je het resultaat. Graan voeg je toe aan jouw graanvoorraad, goederen plaats je – in de voorgeschreven volgorde - in jouw vijf pakhuizen. Werkers en/of goud laat je nog even liggen.

Dan volgt de fase waarin je jouw steden moet voeden. Elke stad eet één graan. Heb je te weinig graan op voorraad, dan moet je strafpunten noteren. In deze fase wordt ook een eventuele ramp afgewikkeld. Deze krijg je voor de kiezen vanaf twee gegooide doodshoofden. Een ramp levert ook strafpunten op. Bij drie doodshoofden gaan deze strafpunten overigens naar je medespelers (een ware pestepidemie). De worpen met doodshoofden leveren niet alleen ellende op. Naast elk doodshoofd vind je twee goederen, die jou economische troost bieden. 

Volgens een meegeleverde variant mag de actieve speler nu goederen en/of graan met medespelers ruilen. In het basisspel wordt niet gehandeld. Ik heb dit element daar eigenlijk niet gemist.

In de volgende fase gaan jouw nijvere werkers aan de slag. Zij bouwen voor jou aan steden en/of monumenten. Steden heb je nodig om meer dobbelstenen te mogen gooien, monumenten leveren veel winstpunten op. De monumenten zorgen ook voor interactie. Door de bonus voor de eerste bouwer is het namelijk erg leuk om een monument voor de neus van een te trage medespeler af te bouwen. Die slome duikelaar ziet zijn opbrengst halveren.

In de ontwikkelingsfase gebruik je het gegooide goud en de economische waarde van jouw goederen om één ontwikkeling te kopen. Dit is een interessant onderdeel van het spel, omdat je hiermee het geluk kunt beïnvloeden en verder voor een deel jouw strategie bepaalt. Ontwikkelingen geven namelijk allerlei leuke extraatjes. Ze bieden bescherming tegen rampen, geven een bonus op bepaalde worpen of leveren aan het einde extra winstpunten op.

Het spel eindigt wanneer een speler zijn vijfde ontwikkeling heeft gekocht of wanneer alle monumentsoorten zijn gebouwd. Dan wordt doorgespeeld tot de rechterbuurman van de startspeler, waarna de punten worden geteld. Je krijgt winstpunten voor monumenten, ontwikkelingen en voor de eindbonus van sommige ontwikkelingen. De strafpunten voor hongersnood en rampen trek je af. De speler met de meeste punten is de winnaar.

Ten slotte

'Civilization ontmoet Yahtzee', dit klinkt als een vlot en luchtig dobbelspel. Roll through the Ages voldoet aan deze verwachting, maar biedt daarnaast veel meer speelplezier (een vergelijking met Yahtzee is bijna misplaatst). De monumenten zorgen voor een spannende strijd om de punten, voor interactie dus. De ontwikkelingen geven je wat te kiezen, introduceren een toefje strategie en reduceren de geluksfactor. Een toegankelijk dobbelspel met zulke leuke extraatjes leg ik met plezier op de speeltafel. Het spel zit niet alleen inhoudelijk goed in elkaar, het uiterlijk mag er ook zijn. Roll through the Ages is een aanwinst voor elke spellenkast.

Medio 2009 komt QWG Games met een Nederlandstalige editie.

Titel: Roll through the Ages
Auteur: Matt Leacock
Uitgever: Gryphon Games / QWG
Aantal spelers: 2-4
Speelduur: 30-45 minuten
Prijs: ong. € 25,-


Spellen > Recensies >
Roll through the Ages


Top