Spellen > Recensies > Ursuppe

Ursuppe

Bob Schubert - april 2003


'Intelligentie is nutteloos!' - deze gevleugelde uitspraak heeft voor Ursuppe-spelers evenveel betekenis als het 'Resistance is futile!' voor de vele trekkies onder ons. En laten we wel wezen: wat voor nut heeft intelligentie wanneer je een als altijd hongerige amoebe door de stromingen van de prehistorische oerzee mee laat drijven? Hoewel.....een heel enkele keer....... - maar daarover later meer. Ursuppe van Doris & Frank verdient al jarenlang een eervolle plaats in onze spellenverzameling en nog meer een recensie op deze site. Doch zoals ik uit betrouwbare bron heb vernomen, heeft dit laatste meer te maken met een luie recensent die zijn beloftes niet nakwam. Het spel verscheen in 1997 en was in Duitsland vrijwel meteen de 'die-moet-je-hebben' tip van het jaar. Door de relatief kleine oplage was de aankoop geen gemakkelijke opgave - vraag en aanbod stonden duidelijk niet in een goede verhouding tot elkaar. Ikzelf heb me 1998 in Essen door de rijen heen moeten dringen om een exemplaar van de 2e oplage te bemachtigen, waarbij ik meteen de uitbreidingsset meenam die met nog vochtige drukinkt in de rekken stond. Een aankoop waar ik nooit een moment spijt van heb gehad.

Doos en inhoud

Op de voorkant van de doos prijkt een zeer grappige afbeelding van een prehistorische zee (de 'oersoep' van het leven) met bliksems, vulkanen en een bonte verzameling komische amoeben. In de doos zelf vinden we een relatief eenvoudig tweekleurig spelbord van 60 x 80 cm. Daarop bevinden zich 19 voor het merendeel aaneengrenzende velden, een centraal veld voor de milieukaarten en langs de rand een 'scorespoor' voor de evolutionaire vorderingen van de spelers. De verdere inhoud bestaat uit:

  • 28 (vierkante, ronde, zeshoekige...) houten schijven in 4 kleuren, die de verschillende amoeben voorstellen;
  • 37 bruine en witte houten munten, de zogenaamde biopunten, die de valuta van het spel zijn;
  • 220 houten blokjes (nee, ik heb ze niet nageteld) in geel-groen-blauw-rood, 55 van elke kleur: de voedings- en afvalstoffen van de amoeben;
  • 25 doorboorde grijze kogeltjes voor de weergave van schadepunten;
  • 30 genkaarten met bijzondere eigenschappen (mutaties);
  • 11 milieukaarten;
  • 4 overzichtsbladen met een korte beschrijving van spelregels en genkaarten;
  • 4 scoremarkers en een dobbelsteen.

Oplettende lezers hebben het al opgemerkt: geen plastic, alleen hout en karton. Milieubewuste spelers doen hier een volledig verantwoorde aankoop. De amoebeschijven moeten alleen nog van een houten staafje worden voorzien, waarmee deze wezens makkelijk kunnen worden bewogen. De makers doen hier volledig een beroep op de handvaardigheid van de spelers. Aangezien de gaatjes in de amoebe nogal klein zijn, is een hamer dringend aan te bevelen (de gelukkigen met een doos uit de eerste oplage moesten hiervoor zelfs een boor uit de gereedschapskist halen). Maar tien minuten en een geïrriteerde buurman later is deze opgave geklaard.

De spelstukken (schijven, blokjes, ...) zijn van een simpel design en mochten duidelijk niet te veel kosten. Uitzondering zijn de potsierlijke door Doris Matthäus getekende genkaarten, die dankzij de toepasselijke komische afbeeldingen een lust voor het oog zijn. Bij deze kaartjes is overigens rekening gehouden met de export: zij hebben allen een gekleurde Duitse voorkant en een zwart-witte Engelstalige achterkant.

Speloverzicht

In Ursuppe heeft iedere speler een aantal amoeben onder zijn hoede, die (aanvankelijk) vredig voor zich uit drijven. Zij absorberen het voedsel dat zich om hen heen aanbiedt, scheiden de nodige afvalstoffen af en vermenigvuldigen zich zo veel en zo snel mogelijk. Bij amoeben is het niet anders dan bij mensen: binnen de kortste keren ontstaan er voedseltekorten, lijken delen van de zee op een riool en gaan de zwaksten ten onder. Kortom, the struggle for life in een notendop.

Gelukkig ontstaan er zo nu en dan kleine mutaties. Sommige zijn nutteloos (intelligentie), maar andere geven nèt dat beetje extra waardoor een bepaald amoeberas een voorsprong krijgt op de andere. Het is aan de spelers, deze mutaties waar mogelijk te sturen en hun 'eigen' ras het beslissende voordeel (en daarmee de eindzege) te bezorgen. 

Ursuppe in detail

(NB: voor het gemak ga ik in de ondergaande beschrijving uit van 4 spelers)

Voorbereidingen

Elke speler start met 2 amoeben van een bepaalde kleur, waarvan er één reeds de eerste hongersnood achter de rug heeft en ter herkenning een grijze kraal draagt (hé, die staafjes zijn dus niet alleen voor het vastpakken). Verder krijgt hij nog 2 fiches in de plaatselijke valuta (biopunten). Het spelbord wordt neergelegd en elk vakje voorzien van voedselblokjes, 2 van elke kleur. In het midden van het bord komt het stapeltje milieukaarten, dat elke beurt de stroomrichting en ozonstraling aan zal geven. Beginnend met de startspeler (de eerste keer willekeurig, de volgende keren bepaald door het aantal winstpunten) zet iedere speler om de beurt een amoebe in een vakje. In het begin mag er niet meer dan 1 amoebe in een vakje staan (nou ja, drijven...).

Beweging

De amoeben bewegen, c.q. laten zich meedrijven door de stroom. Alle amoeben schuiven 1 vakje op in de richting die de milieukaart aangeeft. Mocht een ras een mutatie hebben ontwikkeld om de eigen beweging te beïnvloeden, is dit het moment om die te gebruiken.

Etenstijd

Waar mogelijk, grijpen de amoeben naar het voorbijdrijvende voedsel. Aangezien amoeben alleen gedijen bij een evenwichtig dieet, moeten dat 3 verschillend gekleurde voedselblokjes zijn van een andere kleur dan de amoebe zelf. Een rode amoebe eet dus een groen, geel en blauw blokje. Nadat de spijsvertering zijn werk geeft gedaan, worden vervolgens 2 blokjes van de eigen kleur aan het water afgegeven (in het geval van ons voorbeeld 2 rode). Hier wordt de spelersvolgorde dus al erg belangrijk. Wie pech heeft, ligt in 'leeggevist' water en moet honger lijden (shit happens). Aan de andere kant kan het zo-even uitgepoepte blokje van de buurman nèt het ontbrekende deel van de voedselschijf zijn......

Nieuw milieu

Een nieuwe milieukaart wordt omgedraaid en bepaalt de stroomrichting van de volgende beurt. Bovendien bepaalt het 'ozonzijfer' op de milieukaart het maximum aantal genpunten dat elke speler mag hebben. De spelers met teveel genpunten (zie hieronder) moeten biopunten betalen om het verschil goed te maken, of genkaarten inleveren (zucht).

Nieuwe genen

Om de beurt kopen de spelers, die daarvoor de nodige biopunten hebben gehamsterd, een genkaart. Deze genkaarten geven alle amoeben van de speler een speciale eigenschap. De keuze is groot: de amoeben kunnen zweepharen ontwikkelen om de eigen bewegingen beter te controleren, wennen aan een speciaal dieet (2 verschillende soorten voedselblokjes is genoeg), methodes (= wapens) ontwikkelen om andere amoeben tot voedsel te verklaren, enz enz. Helaas zijn er altijd minder genkaarten van dezelfde soort als spelers. Elke speler is daardoor gedwongen om een eigen tactiek te ontwikkelen, afhankelijk van de beschikbare biopunten èn als reactie op wat anderen gekocht hebben. Ingekochte genkaarten hebben onmiddellijk effect en kunnen in de volgende fase al gebruikt worden.

Nieuwe inkomsten en vermenigvuldiging

Elke speler ontvang 10 biopunten en mag meteen bepalen of hij deze voor de vermenigvuldiging wil gebruiken of een deel wil sparen voor de latere aankoop van genkaarten. Voor 6 biopunten per stuk mag de speler nieuwe amoeben plaatsen, altijd in een vak dat verticaal of horizontaal grenst aan een soortgenoot van de eigen kleur. Uitzondering is de gelukkige speler met de genkaart 'Sporen', die zich niet aan deze regel hoeft te houden.

Sterfgevallen

Voor de amoeben die reeds twee keer met een voedseltekort te maken hadden (=2 grijze kraaltjes) nadert nu de onaangename fase van een voedselkringloop: zij sterven af. En als de vriendelijke microben in het water hun werk gedaan hebben, ontstaan uit hun sterfelijke resten 2 voedselblokjes van elke kleur. Dat de overlevende amoeben in dit vak hier een belangstellende blik op werpen, spreekt vanzelf.

Puntentelling en nieuwe spelersvolgorde

Alle spelers tellen hun punten, die bepaald worden door 1) het aantal amoeben op het bord en 2) het aantal genkaarten die men in bezit heeft. Om op de grap in de inleiding terug te komen: dit is het enige moment dat de genkaart 'intelligentie' van nut is: een genkaart is een genkaart, dus telt ie mee. Elke speler schuift de steen van zijn kleur al naar gelang de behaalde punten een aantal vakjes verder op het 'scorespoor' rond het spelbord. De plaats op deze scala bepaalt de volgorde voor de volgende beurt: bijv. bij beweging begint de speler die het laagst staat.

Hoe speelt het spel?

Om kort te zijn: elke keer weer spannend èn grappig. Ursuppe behoort tot mijn all-time favourites: zo'n spel dat je steeds weer op tafel legt, ondanks het feit dat je nog een stapel spelen hebt liggen waar je nooit aan toe gekomen bent. Het humoristische design, de steeds wisselende spelsituaties en de grote variatie aan tactieken die de genkaarten bieden, maken Ursuppe elke keer tot een plezierige gebeurtenis. De schaarste aan genkaarten dwingt je steeds tot andere combinaties. Vreet ik mijn buren op of probeer ik ze te vlug af te zijn? Of laat ik een dikke huid groeien tegen agressieve soortgenoten en ontwikkel een eigen dieet? De grote keuze doet wat denken aan verzamelkaartspelen als Magic, waar je steeds weer nieuwe combinaties uitprobeert om de kaarten van je tegenstander te ontkrachten en je zelf naar de overwinning te helpen. Deze gedachte is bij de spelmakers ongetwijfeld ook opgekomen. Naast een aantal extra genkaarten voor de 'advanced game' (Erweiterungsspiel) horen ook een aantal blanco's bij het spel, die de spelers uitnodigen tot de ontwikkeling van nieuwe mutaties. Helaas zitten daar dan niet die leuke afbeeldingen bij, maar daarin kan de website van Doris & Frank uitkomst bieden.

Hoewel in de regels en op de speldoos uitgegaan wordt van een minimum van 3 spelers, raad ik zelf een minimum van 4 aan. Dat zorgt sneller voor voedseltekorten en vergroot daarmee de interactie. Zoals ik bovenaan reeds aangaf: er is een uitbreidingsset op de markt waarmee ook een 5e of 6e speler aan de jolijt kan deelnemen. Deze zijn prima speelbaar, alleen duurt het spel met 6 spelers soms wat te lang. En dat bij een spel waarbij intelligentie (zo goed als) nutteloos is...

Titel: Ursuppe
Auteur: Doris & Frank
Uitgever: Doris & Frank
Aantal spelers: 3-4 (met uitbreiding tot 6)
Speelduur: ong. 120 minuten
Prijs: ong. € 40,-

Afbeeldingen © Doris & Frank



Spellen > Recensies >
Ursuppe


Top