Ursuppe |
Bob Schubert - april 2003 |
||
|
Doos en inhoud Op de voorkant van de doos prijkt een zeer grappige afbeelding van een prehistorische zee (de 'oersoep' van het leven) met bliksems, vulkanen en een bonte verzameling komische amoeben. In de doos zelf vinden we een relatief eenvoudig tweekleurig spelbord van 60 x 80 cm. Daarop bevinden zich 19 voor het merendeel aaneengrenzende velden, een centraal veld voor de milieukaarten en langs de rand een 'scorespoor' voor de evolutionaire vorderingen van de spelers. De verdere inhoud bestaat uit:
Oplettende lezers hebben het al opgemerkt: geen plastic, alleen hout en karton. Milieubewuste spelers doen hier een volledig verantwoorde aankoop. De amoebeschijven moeten alleen nog van een houten staafje worden voorzien, waarmee deze wezens makkelijk kunnen worden bewogen. De makers doen hier volledig een beroep op de handvaardigheid van de spelers. Aangezien de gaatjes in de amoebe nogal klein zijn, is een hamer dringend aan te bevelen (de gelukkigen met een doos uit de eerste oplage moesten hiervoor zelfs een boor uit de gereedschapskist halen). Maar tien minuten en een geïrriteerde buurman later is deze opgave geklaard.
De spelstukken (schijven, blokjes, ...) zijn van een simpel design en mochten duidelijk niet te veel kosten. Uitzondering zijn de potsierlijke door Doris Matthäus getekende genkaarten, die dankzij de toepasselijke komische afbeeldingen een lust voor het oog zijn. Bij deze kaartjes is overigens rekening gehouden met de export: zij hebben allen een gekleurde Duitse voorkant en een zwart-witte Engelstalige achterkant. Speloverzicht In Ursuppe heeft iedere speler een aantal amoeben onder zijn hoede, die (aanvankelijk) vredig voor zich uit drijven. Zij absorberen het voedsel dat zich om hen heen aanbiedt, scheiden de nodige afvalstoffen af en vermenigvuldigen zich zo veel en zo snel mogelijk. Bij amoeben is het niet anders dan bij mensen: binnen de kortste keren ontstaan er voedseltekorten, lijken delen van de zee op een riool en gaan de zwaksten ten onder. Kortom, the struggle for life in een notendop. Gelukkig ontstaan er zo nu en dan kleine mutaties. Sommige zijn nutteloos (intelligentie), maar andere geven nèt dat beetje extra waardoor een bepaald amoeberas een voorsprong krijgt op de andere. Het is aan de spelers, deze mutaties waar mogelijk te sturen en hun 'eigen' ras het beslissende voordeel (en daarmee de eindzege) te bezorgen. Ursuppe in detail (NB: voor het gemak ga ik in de ondergaande beschrijving uit van 4 spelers) Voorbereidingen Elke speler start met 2 amoeben van een bepaalde kleur, waarvan er één reeds de eerste hongersnood achter de rug heeft en ter herkenning een grijze kraal draagt (hé, die staafjes zijn dus niet alleen voor het vastpakken). Verder krijgt hij nog 2 fiches in de plaatselijke valuta (biopunten). Het spelbord wordt neergelegd en elk vakje voorzien van voedselblokjes, 2 van elke kleur. In het midden van het bord komt het stapeltje milieukaarten, dat elke beurt de stroomrichting en ozonstraling aan zal geven. Beginnend met de startspeler (de eerste keer willekeurig, de volgende keren bepaald door het aantal winstpunten) zet iedere speler om de beurt een amoebe in een vakje. In het begin mag er niet meer dan 1 amoebe in een vakje staan (nou ja, drijven...). Beweging De amoeben bewegen, c.q. laten zich meedrijven door de stroom. Alle amoeben schuiven 1 vakje op in de richting die de milieukaart aangeeft. Mocht een ras een mutatie hebben ontwikkeld om de eigen beweging te beïnvloeden, is dit het moment om die te gebruiken. Etenstijd Waar mogelijk, grijpen de amoeben naar het voorbijdrijvende voedsel. Aangezien amoeben alleen gedijen bij een evenwichtig dieet, moeten dat 3 verschillend gekleurde voedselblokjes zijn van een andere kleur dan de amoebe zelf. Een rode amoebe eet dus een groen, geel en blauw blokje. Nadat de spijsvertering zijn werk geeft gedaan, worden vervolgens 2 blokjes van de eigen kleur aan het water afgegeven (in het geval van ons voorbeeld 2 rode). Hier wordt de spelersvolgorde dus al erg belangrijk. Wie pech heeft, ligt in 'leeggevist' water en moet honger lijden (shit happens). Aan de andere kant kan het zo-even uitgepoepte blokje van de buurman nèt het ontbrekende deel van de voedselschijf zijn...... Nieuw milieu Een nieuwe milieukaart wordt omgedraaid en bepaalt de stroomrichting van de volgende beurt. Bovendien bepaalt het 'ozonzijfer' op de milieukaart het maximum aantal genpunten dat elke speler mag hebben. De spelers met teveel genpunten (zie hieronder) moeten biopunten betalen om het verschil goed te maken, of genkaarten inleveren (zucht). Nieuwe genen
Nieuwe inkomsten en vermenigvuldiging Elke speler ontvang 10 biopunten en mag meteen bepalen of hij deze voor de vermenigvuldiging wil gebruiken of een deel wil sparen voor de latere aankoop van genkaarten. Voor 6 biopunten per stuk mag de speler nieuwe amoeben plaatsen, altijd in een vak dat verticaal of horizontaal grenst aan een soortgenoot van de eigen kleur. Uitzondering is de gelukkige speler met de genkaart 'Sporen', die zich niet aan deze regel hoeft te houden. Sterfgevallen Voor de amoeben die reeds twee keer met een voedseltekort te maken hadden (=2 grijze kraaltjes) nadert nu de onaangename fase van een voedselkringloop: zij sterven af. En als de vriendelijke microben in het water hun werk gedaan hebben, ontstaan uit hun sterfelijke resten 2 voedselblokjes van elke kleur. Dat de overlevende amoeben in dit vak hier een belangstellende blik op werpen, spreekt vanzelf. Puntentelling en nieuwe spelersvolgorde Alle spelers tellen hun punten, die bepaald worden door 1) het aantal amoeben op het bord en 2) het aantal genkaarten die men in bezit heeft. Om op de grap in de inleiding terug te komen: dit is het enige moment dat de genkaart 'intelligentie' van nut is: een genkaart is een genkaart, dus telt ie mee. Elke speler schuift de steen van zijn kleur al naar gelang de behaalde punten een aantal vakjes verder op het 'scorespoor' rond het spelbord. De plaats op deze scala bepaalt de volgorde voor de volgende beurt: bijv. bij beweging begint de speler die het laagst staat. Hoe speelt het spel?
Hoewel in de regels en op de speldoos uitgegaan wordt van een minimum van 3 spelers, raad ik zelf een minimum van 4 aan. Dat zorgt sneller voor voedseltekorten en vergroot daarmee de interactie. Zoals ik bovenaan reeds aangaf: er is een uitbreidingsset op de markt waarmee ook een 5e of 6e speler aan de jolijt kan deelnemen. Deze zijn prima speelbaar, alleen duurt het spel met 6 spelers soms wat te lang. En dat bij een spel waarbij intelligentie (zo goed als) nutteloos is... |
|||
|
|
|||
|
Titel: Ursuppe Auteur: Doris & Frank Uitgever: Doris & Frank Aantal spelers: 3-4 (met uitbreiding tot 6) Speelduur: ong. 120 minuten Prijs: ong. € 40,- |
Afbeeldingen © Doris & Frank |
||