Spellen > Recensies >Wie verhext! 

Wie verhext!
(1e indruk)

Niek - maart 2008


In de begindagen van Alea was er alleen nog maar een prototype. Dit prototype van Ra heb ik tijdens Spiel '98 gespeeld. Waar in Essen de meeste uitgevers in een gevecht met de tijd alleen prototypes tonen als de productie vertraagd is, werd het presenteren van prototypes in de daaropvolgende jaren bij Alea een traditie. Tot afgelopen jaar, toen hun nieuwe spel al helemaal klaar was en spelers vergeefs op zoek waren naar een glimp van een volgende release. Is het dan helemaal gedaan? Nee! Een klein groepje enthousiaste spelliefhebbers in het westen van het land houdt dapper stand en weet elke keer weer een nieuw prototype naar Nederland te halen. Tijdens de winterbeurs van Ducosim bracht Spelgroep Phoenix het unieke prototype van het vierde spel uit de middelgrote reeks van Alea (Louis XIV, Palazzo, Augsburg 1520) mee. Wie verhext! komt uit de koker van Andreas Pelikan, die een jaar eerder zijn debuutspel bij Queen Games afleverde (Fangfrisch).

De drie tot vijf spelers hebben allemaal een identieke set van 11 karakterkaarten. Deze karakters zijn de hulpjes van de heks. Elk hebben ze een eigenschap, die nodig kan zijn om uiteindelijk aan ketels met toverdrank te komen. Iedere speler neemt vijf kaarten op de hand. De startspeler komt uit met een kaart, legt deze open voor zich neer en zegt: 'Ik ben de Gemahlher' (of welke naam het karakter dan ook moge hebben). Heeft de volgende speler dezelfde kaart op de hand, dan moet hij deze uitspelen. Hij heeft nu de keuze: hij kan vredelievend voor een soort van troostprijs gaan, of hij neemt het karakter over. In het eerste geval zegt hij: 'Zo is het'. De kaart blijft dan voor de vorige speler openliggen, en de huidige speler mag een wat slappere eigenschap meteen gebruiken. In het andere geval zegt de speler: 'Nee, ěk ben de Gemahlher'. Nu moet de vorige speler zijn kaart dichtleggen en blijft de kaart voor de huidige speler openliggen. Zo komt elke speler aan de beurt. Uiteraard mag alleen die speler de eigenschap gebruiken, die aan het einde van de beurt de kaart open voor zich heeft liggen. Heb je de gespeelde kaart in je handen en ben je als laatste aan de beurt, dan kun je dus zonder angst zeggen dat jij de echte bent en de kaart voor je openleggen. Zit je daarentegen als tweede, dan probeer je in te schatten hoe groot de kans is dat een volgende speler deze kaart ook gekozen heeft. Ga je dan voor de troostprijs of toch voor alles of niets?

De winnaar met het echte karakter speelt een volgende kaart uit. De ronde gaat door tot alle spelers door hun kaarten heen zijn. Aan het einde zullen sommige spelers al uitgespeeld zijn, en wordt het dus makkelijker in te schatten of jouw karakter standvastig is. Iedereen kiest opnieuw vijf kaarten en de volgende ronde wordt gespeeld.

Waartoe dit alles dient? Punten moet je scoren, en dat gebeurt door het brouwen of kopen van drankjes. In het midden liggen doelkaarten op stapeltjes open - van makkelijk naar moeilijker (en van minder winstpunten naar meer). Voor elk van deze doelkaarten is er een heksenhulpje met als eigenschap dat deze kaart gebrouwen danwel gekocht mag worden. Daartoe moet je dan wel weer de nodige middelen hebben. Dus zijn er weer andere hulpjes die zorgen voor de grondstoffen, of, geniepiger, mogen bedelen (=stelen) bij rijke medespelers. En zo ontstaat er een dilemma bij het kiezen van de handkaarten: wat is voor mij van belang, maar zal niet populair zijn bij anderen? En als je een kaart uit moet spelen, dan kies je het liefste een kaart waar anderen nog niets aan hebben (als ik de enige ben met witte grondstoffen, en ik speel de kaart uit om een brouwsel te maken waar dat voor nodig is, dan is de kans groot dat andere spelers voor de troostprijs gaan (zodat ze nog wat krijgen), en ik mag brouwen. Daarmee kun je andere spelers behoorlijk dwarszitten en daar leeft het spel van.

Behalve leedvermaak, zorgen ook de namen van de karakters voor vertier. Wie roept er nu volmondig uit: 'Ik ben de schlemiel'? En dan is er nog een grote kans dat even later klinkt: 'Nee, ik ben de echte schlemiel'! Wat raar dat deze kaart niet zo vaak gekozen wordt, hoewel het natuurlijk wel weer grandioos is om dan voor de troostprijs te gaan en te kunnen zeggen: 'Inderdaad, jij bent de schlemiel'!

Ten slotte

Ondanks dit plezier kon een eerste potje mij niet overtuigen. De stemming zat er wel goed in, maar het was mij toch iets te onvoorspelbaar en na een paar rondjes werd het wat langdradig. Wellicht dat als iedereen beter op elkaar en het spel ingespeeld is, het een leuk spel kan zijn. En vermoedelijk is het met drie spelers een stukje beter planbaar dan met vijf.

Erwin: ik heb inmiddels enkele potjes met drie spelers achter de kiezen. Dan heeft het brouwsel van plannen, bluffen en gokken wat mij betreft een betere smaak. 

Titel: Wie verhext!
Auteur: Andreas Pelikan
Uitgever: Alea
Aantal spelers: 3 - 5
Speelduur: ong. 45 minuten
Prijs: ong. € 20


Spellen > Recensies >
Wie verhext!


Top