De spelers malen een meer droog door dijken en molens te bouwen. Op de nieuwe polder planten ze verschillende gewassen. Met de inkomsten kopen ze tulpenbollen, die ook op het nieuwe land worden geplant. De speler met de meest waardevolle tulpenvelden wint het spel.
Het spel verloopt in jaren, die zijn verdeeld
in de vier seizoenen. In de lente plaatsen de spelers hun boerderijen, molens, koeien, gewassen en tulpenvelden. In de zomer bouwen de spelers dijken en wordt het land drooggemalen, waardoor nieuw land wordt gewonnen. In de herfst worden de effecten van het weer doorgevoerd (waaronder mogelijke natuurrampen) en oogsten de spelers van velden naast hun boerderijen en/of molens.
In de winter kopen de spelers nieuwe gebouwen, dijken, koeien, gewassen en tulpenvelden. Dit kan dan in de lente weer geplaatst worden (voor zover de ruimte het toelaat). Tulpenvelden leveren in de herfst niets op, maar zijn wel essentieel om het spel te winnen. Op elk veld wordt namelijk een boertje geplaatst. Helemaal aan het einde rennen al die boertjes een voor een de molens uit en bezetten de meest waardevolle tulpenvelden. Wie daarmee de meeste punten scoort, wint.
Je moet bij het plaatsen van al je spullen goed opletten waar je medespelers staan. Want van jouw gewassen wordt ook door de aangrenzende buurman geoogst, en een boertje dat uit een molen komt gerend, zal zonder scrupules jouw dure tulpenvelden bezetten.
(Tekst: Niek). |