Een
bordspel voor 2-5 spelers. De spelers starten als boeren, die het
land bewerken en hun oogsten verkopen. Als er genoeg geld is gespaard,
kun je het boerenleven vaarwel zeggen en koopman worden. Als koopman
kun je andere goederensoorten verkopen, waarmee veel geld is te
verdienen. Bovendien kun je een deel van de opbrengst inleveren voor
winstpuntkaartjes (die 1-4 punten opleveren; een forse
geluksfactor!). Bij de volgende promotie kun je bankier worden. Dit
betekent dat je door de stad mag wandelen, om daar op de
verschillende velden nog meer geld en/of punten te verzamelen. In de
stad kun je overigens ook geld verliezen, met dank aan een herberg
vol hoeren, een bedelaar of een inhalig bruidspaar. Een speelronde
begint met het aanbieden van een lading actiekaarten. In de
speelvolgorde mogen de spelers om de beurt één kaart kopen, tot
alle spelers max. twee kaarten hebben gekocht. De armste speler
heeft de eerste keus en betaalt minder dan rijkere spelers. De
armste speler bepaalt ook in welke volgorde de spelers hun acties
mogen uitvoeren. Sommige actiekaarten worden niet gekocht, maar via
een veiling aangeboden. Deze acties voer je uit door 1 of meer
actiekaartjes uit te spelen. Als boer of koopman probeer je met de
acties vooral voldoende goederen te produceren, al loop je het
risico dat een medespeler de laatste productiestapjes zet en de
opbrengst inpikt. Als bankier probeer je naar de gewenste velden in
de stad te bewegen, met name om daar extra punten te verdienen.
Eerste indruk: een prachtig uitgevoerd spel, met helaas nogal
onduidelijke spelregels. Als je in de koopmansfase enkele gelukkige
grepen van de stapel winstpuntenkaartjes doet, maak je een goede
kans dit spel te winnen. Dit gelukselement voelt een tikje storend
bij een spel dat 2 uur of langer kan duren. Hetzelfde geldt voor het
soms stroperige speeltempo.
|