Een
legspel voor twee spelers. Een student reist door Berlijn met een
slecht afgesloten rugzak. Op verschillende metrostations verliest
hij sokken. Aan de spelers de nobele taak om deze - hopelijk
redelijk ruikende - kledingstukken terug te vinden. Het speelveld
wordt opgebouwd uit losse tegels, het overige materiaal bestaat uit
18 sokfiches in 6 kleuren en ong. 80 staafjes. Twee sokfiches van één kleur worden op verschillende velden gelegd (bij voorkeur ver van elkaar). Het is de bedoeling om beide sokken met elkaar te verbinden. Hoe groter de afstand, des te meer winstpunten krijgt degene die de verbinding als eerste weet te maken. |
Een
vlot kaartspel voor 2 - 4
spelers. Iedere speler ontvangt een stapel speelkaarten. Aan het begin van een speelronde legt iedere speler 10 kaarten voor zich
neer in vier rijen van 1-4 kaarten. Alleen de bovenste kaart van
elke rij ligt open. Iedere speler legt de bovenste kaart van zijn eigen trekstapel op tafel, waardoor vier aflegstapels ontstaan, die door iedereen gebruikt mogen worden. Alle spelers proberen tegelijkertijd zo snel mogelijk hun 10 kaarten af te leggen. Je mag maar met één hand spelen, de andere hand blijft op jouw been liggen. Je mag slechts in twee gevallen een van jouw open kaarten op een aflegstapel leggen. Als de kleuren verschillen, moet de nieuwe kaart hoger zijn dan de vorige. Als de kleuren gelijk zijn, moet de nieuwe kaart oneven zijn en de vorige even. Als je een kaart hebt afgelegd, mag je de volgende kaart van de desbetreffende rij omdraaien. Aan het einde van de ronde schuift iedereen zijn overgebleven kaarten onder zijn trekstapel en begint
men een nieuwe ronde met 10 kaarten in vier rijen. Wie na meerdere ronden
maximaal één kaart in zijn trekstapel bezit, wint het spel.
|